
- Binnenwerk folder 2004/2005. Ontwerp Bert van Zutphen
Een van de doelstellingen van de opheffing van het bordeelverbod was positieverbetering voor prostituees. Hier ligt een kans voor gemeenten. Helaas zijn maar weinig gemeenten genegen een actief beleid te voeren ter positieverbetering. Ze richten zich eenzijdig op het handhaven van de openbare orde. Maar het ondersteunen van het normaliseringproces kan wantoestanden voorkomen.
Door een goede informatievoorziening als bijdrage aan het regelen van arbeidsverhoudingen kan een gemeente frauduleuze situaties en illegaliteit binnen de perken houden. Dit soort informatievoorziening is slechts door weinig gemeenten ter hand genomen. Uit onderzoek blijkt dat – zo men al een poging heeft gedaan de branche te informeren over het gemeentebeleid – men heeft volstaan met een gesprek met exploitanten. Zij zijn echter niet de geëigende personen om prostituees op hun beurt in te lichten. Nu pas komen enkele gemeenten met plannen voor folders voor prostituees.
Hoewel een gemeente zich niet met civielrechtelijke zaken als arbeidscontracten en huurovereenkomsten kan bemoeien, kan ze wel stimuleren dat prostituees op hun rechten worden gewezen.
Een gemeente kan –eventueel in samenwerking met andere gemeenten een regiokantoor van De Rode Draad realiseren zoals Rotterdam heeft gedaan. (zie ook onder Rotterdam) Daar kunnen prostituees informatie krijgen over hun rechten en andere werkgerelateerde kwesties.
Op het eerste gezicht is het voor de hand liggend de GGD een grote rol te laten spelen in de informatievoorziening en andere aspecten van positieverbetering. Op het tweede gezicht is dat echter minder vanzelfsprekend: de GGD kan zich vanuit haar taakstelling niet bemoeien met de bedrijfsvoering van relaxbedrijven. Wanneer zij bijvoorbeeld de wensen van vrouwen om parttime te werken bij het management aankaart loopt zij het risico de deur gewezen te worden.
Dit geldt grosso modo ook voor hulpverleners. Zij kunnen bijvoorbeeld een verhandelde vrouw in problemen brengen door de bedrijfsleiding aan te spreken op bijvoorbeeld wantoestanden op de werkvloer. De Rode Draad doet geen opvang van slachtoffers en hoeft zich minder druk te maken over de toegang tot de club. Integendeel, een weigering kan een belangrijk signaal vormen dat er iets mis is.
Veel gemeenten zijn regionale samenwerking aangegaan op het gebied van prostitutiebeleid. De omliggende gemeenten van grote steden, richten zich met hun prostitutiebeleid op de grote stad. Zo kan een regiokantoor ook meerdere gemeenten tegelijk bedienen. Wanneer steden dicht bij elkaar liggen, zoals Den Haag en Leiden, dan kan men een gemeenschappelijke voorziening inrichten, eventueel bij een bestaande instelling.
Het is in veel regio’s voldoende om zo’n voorziening een dag per week open te stellen maar het moet wel met professionele werkers bemand worden. Het werken met vrijwilligers is niet goed voor de continuïteit. Bovendien is het werk zwaar en specialistisch. Men moet op de hoogte zijn van arbeidsrechtelijke problemen, op onverwachte situaties kunnen reageren en niet gefrustreerd raken wanneer na een barre tocht de toegang tot een bedrijf wordt geweigerd.











