Loopbaanverandering

'Ik wil stoppen met prostitutie’ is een vraag die wij niet veel krijgen. Er komen meer vragen binnen over andere werkplekken. Veel vrouwen willen thuis gaan werken, waardoor ze geen afdrachten meer hoeven te betalen. Maar toch zijn er vrouwen die willen stoppen. Of minder willen werken. Met welke problemen komen zij in aanraking? Het blijkt dat vrouwen die een ander baantje naast prostitutie hebben of een opleiding volgen, in het voordeel zijn.  Over het algemeen krijgen wij vragen van prostituees die niet van de ene dag op de andere willen stoppen. De meesten willen, net als in ander werk, een geleidelijke overgang naar een andere carrière. Zij willen parttime kunnen werken. Veel prostituees benaderen ons met vragen over privacybewaking.

Andere mensen hebben een cv, wij hebben een verleden

Oude ansichtkaart van De Rode Draad: goed sociaal contact vereist. Prostituees hebben namelijk ook bepaalde vaardigheden nodig in hun werk.

De Rode Draad is een van de vele organisaties die prostituees tegen kunnen komen als zij willen stoppen met werken in de prostitutie. Maar zij is een van de weinige organisaties die erkent dat het moeilijk is om te stoppen met werken, en dat de reden hiervan niet alleen maar te maken heeft met ‘de zwakke persoonlijkheid van een prostituee en gebrek aan daadkracht’, of een ‘falend beleid ten aanzien van hulpaanbod’.

In het verleden waren programma’s voor loopbaanverandering (of stoppersprogramma’s) vaak sterk gericht op ‘het redden van vrouwen’.  Het meest sprekende voorbeeld  is De Vereniging ter Opbeuring van Boetvaardige en Gevallen Vrouwen uit de negentiende eeuw. Die was nauw verbonden met de Middernachtzending, een organisatie die bij bordelen postte om mannen te weerhouden naar binnen te gaan en die tevens vrouwen van de zonde wilde redden.

Nog steeds vallen de termen ‘resocialisatie’ en ‘rehabilitatie’ in stoppersprogramma’s. Een dergelijke terminologie past misschien bij het gevangeniswezen of bij tbs-klanten, maar niet bij een beroepsgroep. Ieder project met als doelstelling resocialisatie of rehabilitatie is stigmatiserend. Sekswerkers zijn immers net als andere beroepsbeoefenaren gewoon lid van de maatschappij. Ook de term ‘uitstapprogramma’s’ werkt stigmatiserend en is denigrerend. Deze term wordt bij geen enkele beroepsgroep gehanteerd. Als bijvoorbeeld een hoge gemeenteambtenaar aangeeft behoefte te hebben aan een andere baan, hanteert niemand het woord ‘uitstapprogramma’, maar wordt gesproken in termen van ‘behoefte aan een carrièreverandering’, ‘jobrotation’ etc.
De wijze waarop men loopbaanverandering presenteert is van groot belang.  Een veelgehoorde opmerking is: ’Vraag aan een prostituee of zij wil stoppen met werken, en zij roept spontaan ”Liever gisteren dan vandaag’. Stel de vraag over stoppen met werken aan een jong ambitieus meisje dat aan de kassa van een supermarkt werkt, en zij zal hoogstwaarschijnlijk hetzelfde antwoord geven, ‘liever gisteren dan vandaag’. En wie is echt tevreden met de baan die hij of zij uitoefent? En wat is het alternatief? Voor heel vrouwen moet de vraag eigenlijk als volgt worden gesteld: ‘Wil je stoppen met werk in de prostitutie en daarvoor in de plaats een laagbetaald en weinig interessant beroep instappen?’ Zonder dat de inkomenskwestie erbij wordt betrokken, hangt de hele vraag naar het 'uitstappen' immers volkomen in het luchtledige. Dat geldt ook voor prostituees die niet door derden maar door ‘omstandigheden’ worden gedwongen. Zij zouden misschien liever stoppen, maar kunnen het inkomen niet missen. Het is echter pas terecht hen tot de uitstappers te rekenen wanneer zij ook inderdaad de financiële problemen hebben opgelost. Dat neemt  niet weg dat er geen hulpaanbod gericht op juist die problematiek voor handen moet zijn. Het is dus zinnig een termijn aan de vraag te koppelen: bijvoorbeeld de komende drie maanden. Mocht een vrouw onmiddellijk uit het werk willen, dan moet dit te allen tijden mogelijk zijn. Het is immers een schending van de lichamelijke integriteit om iemand langer seksuele dienstverrichting te laten doen dan hij/zij wil.
Aan de andere kant worden klachten over het werk soms als een verkapte vraag om uitstap geïnterpreteerd. Dit is niet altijd terecht. Het kan zijn dat een prostituee op zoek is naar een werkplek waar zij onder gunstige voorwaarden of zelfs uitbuitingsvrij kan werken. Wanneer prostituees ons melden dat ze ontslagen zijn in een bedrijf, betekent dat ook niet per definitie dat ze uit het werk willen. Zij zoeken meestal een overbrugging in de periode die ze nodig hebben om een nieuwe geschikte werkplek te vinden.

Veel mensen zijn aan prostitutie begonnen als een tijdelijke aangelegenheid, omdat ze ‘geld nodig hadden. Zoals een van ons al zei: ‘Als iemand eenmaal besluit om als prostituee te gaan werken, is het geen probleem snel aan het werk te komen.
Ze hoeft  geen sollicitatiebrieven te schrijven, wekenlang op de uitslag te wachten, ze hoeft geen diploma’s te overleggen en geen assessments te doorstaan. In de regel werkt een prostituee als zelfstandig ondernemer en is vrij om te gaan en staan waar zij wil. Ze is tot niets verplicht en kan haar werktijden zelf bepalen, zelfs van de een op de andere dag. Daar komt bij dat ze aan het eind van de dag contant geld heeft en niet een maand lang op een salaris hoeft te wachten.'
Er komt echter een moment dat een prostituee besluit om met prostitutie te stoppen. Dit kan een rationeel of een emotioneel besluit zijn, het kan van de ene dag op de andere besloten zijn, of er kan sprake zijn van een langdurig proces. Gemiddeld werkt een vrouw zo’n vijftien jaar als prostituee, een jongensprostituee werkt korter.

Mensen die uit de prostitutie willen stappen doen dat uit verschillende motieven. Ze willen bijvoorbeeld ‘ander, normaal’ werk doen, een studie beginnen, kinderen krijgen, een ‘normaal leven’ leiden, of ze hebben er geen zin meer in. Werken in de prostitutie kan zwaar zijn, fysiek en emotioneel. Andere redenen zijn dat ze er weinig mee verdienen, ‘bang zijn om hun anonimiteit te verliezen, nu de Belastingdienst zo streng controleert’, de sfeer is veranderd, de tippelzone dichtgaat, de gemeente geen vergunning verstrekt, of ze niet in loondienst willen werken.
Door erkenning van het beroep prostituees is het onderwerp ‘loopbaanontwikkeling’  op de agenda gekomen. Positieverbetering van mensen die in de prostitutie werken kan niet los worden gezien van de periode na de prostitutie. 
Loopbaanbegeleiding zou  namelijk deel moeten uitmaken van  promotiekansen als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Dat betekent dat prostituees niet per se een ander beroep hoeven te ambiëren, maar ook de mogelijkheid moeten hebben om te kunnen kiezen voor een carrière binnen de prostitutie. Wij maken onderscheid tussen carrièreverandering binnen en buiten de prostitutie. De Rode Draad krijgt vaker vragen van prostituees die zelfstandig willen werken bijvoorbeeld vanuit hun eigen huis dan van prostituees die willen stoppen. Zij zijn de afdrachten in de escort, clubs en privé-huizen zat maar willen het vak (nog) niet verlaten. Zij onderzoeken bijvoorbeeld de mogelijkheden van het thuiswerken of het opzetten van een bedrijfje met een collega. Een dergelijk streven stuit overigens op het vergunningenbeleid van de meeste gemeenten die geen of nauwelijks vergunningen beschikbaar houden voor nieuwe bedrijven.
Sommige prostituees zoeken een nieuwe specialisatie zoals sadomasochisme of massagetechnieken.

Instanties

Een dominee bekeert prostituees. 19de eeuw.

De Rode Draad hoort vaak van prostituees dat instanties op verschillende manieren met het thema prostitutie omgaan, en dat dit effect heeft op hun ‘uitstapwens’.
Een aantal prostituees gaf aan de neus gestoten te hebben bij het aanvragen van een uitkering. Er zijn gevallen bekend dat een ambtenaar van een sociale dienst tegen een prostituee, die wilde stoppen met werken, zei dat zij, ‘gezien haar leeftijd en uiterlijk, gerust nog een aantal jaren door kon werken, in plaats van leven op kosten van de samenleving’.
Sommigen hebben klachten over hulpverlenende instanties.
In het ene geval wordt uitsluitend over prostitutie gesproken omdat de hulpverlener er van uitgaat dat een oplossing voor een aangedragen probleem pas kan worden geboden als het ‘probleem prostitutie’ is verwerkt. In het andere geval wordt helemaal niet over prostitutie gesproken, omdat de hulpverlener daarmee geen raad weet en het onderwerp te bedreigend vindt. De laatste tijd komen er ook steeds meer klachten over religieuze organisaties die prostituees alleen willen helpen als ze een geloof gaan omarmen. 
Er zijn nog steeds (ex)prostituees die een hoop narigheid achter de rug hebben en nog steeds tegen een aantal problemen aanlopen, maar toch door niemand worden geholpen. Laat staan dat zij gebruik kunnen maken van een behoorlijke sociale kaart met goede verwijsmogelijkheden.
Van oudsher zijn prostituees door de bijzondere positie waarin zij (maatschappelijk) verkeren, er aan gewend alles zelf te regelen en voor benodigde hulp te betalen. Dat geldt zelfs voor  degenen die aan hun verplichtingen voldoen en sociale lasten betalen, zich verzekerd hebben en premies betalen. Hoewel zij dus recht hebben op sociale voorzieningen, maken zij niet altijd gebruik van deze rechten, omdat ze het gevoel hebben ‘er niet bij te horen’.

Loondienst of zelfstandig ondernemerschap

De onduidelijkheid op het gebied van de arbeidsrelaties in de prostitutie heeft ook zijn weerslag op de carrièreverandering. De meeste prostituees zijn  als “zelfstandig ondernemer " zelf verantwoordelijk gemaakt voor de afdracht van belastingen, pensioenopbouw en het afsluiten van verzekeringen.
Als een prostituee wel in dienstverband werkt wordt dit door de exploitant niet erkend.  Hij/zij bleef immers volhouden dat zij zelfstandig ondernemer was!!!!Daar komt bij dat prostituees geen of weinig voorlichting hebben  gekregen over het werken in loondienst, binnen of buiten de prostitutie. Ze weten daarom ook dat er voordelen aan verbonden zijn zoals doorbetaling bij ziekte en bij afwezigheid van klanten en het ontvangen van het wettig minimum loon. We horen nog steeds dat prostituees bang zijn voor een verlaging van hun inkomen wanneer er loondienst wordt ingevoerd. Maar is dat ook zo? Een misleidende factor ten opzichte van de vermeende hoge opbrengsten zit in de uitbetaling per dag of soms per week, in plaats van per maand. Het komt regelmatig voor dat prostituees aangeven ‘wel € 200,-- op een dag verdiend te hebben’. Op de vraag wat zij de dagen daarvoor hebben opgeleverd, geven zij toe dat dit veel minder of niets was. Een berekening wat het netto salaris per week inhoudt, kan soms een heel ander beeld geven.
Prostituees zijn gewend hun inkomen per klant te berekenen, en niet per gewerkt uur. (Ook de onderzoekers van de evaluatierapporten 2007 weigeren de inkomsten per uur te berekenen.)  Veel prostituees geven als reden om niet uit te stappen of niet volledig uit te stappen dat ze in geen enkel beroep zo snel zonder over diploma's te beschikken contant geld kunnen verdienen. Dit beeld wordt wel eens extra vertekend doordat prostituees de neiging hebben hun verdiensten rooskleuriger voor te stellen dan ze zijn. Je gaat immers niet in een gestigmatiseerd beroep werken als daar geen goede reden zoals het vele geld tegenover staat.
Zelfstandige ondernemers moeten zich laten verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. Dat is al vrijwel onbetaalbaar voor een ‘gewone’ zelfstandige ondernemer, voor een prostituee is dat geen haalbare kaart. Een gebrekkige verzekering kost haar zo’n 900 euro per maand. Daarnaast is het onduidelijk wat arbeidsongeschiktheid  in de prostitutie inhoudt: menstruatie, zwangerschap, soa en hiv, rugklachten, baarmoederklachten, zijn lichamelijke klachten waarmee  mensen in andere beroepen tot op zekere hoogte lang in kunnen doorwerken, maar geldt dat ook voor prostituees?

Uitkeringen

Wanneer een prostituee stopt en nog geen andere baan heeft,  is het problematisch om tijdelijk een overbruggende uitkering te krijgen. Prostituees kunnen immers niet aantonen dat ze ‘ontslagen’ zijn of niet meer in staat zijn voltijds te werken. Ook lopen veel prostituees tegen het vooroordeel op dat ze geacht worden financiële reserves te hebben, wat in de regel niet het geval is. De laatste tijd signaleren we een nieuw probleem. Veel prostituees zijn de laatste jaren gedwongen tot zelfstandig ondernemerschap en moesten zelfs mede-eigenaar van een bedrijf worden of een BV oprichten. Dit komt voort uit pogingen van exploitanten loondienst te vermijden. Vooral de vrouwen die een BV oprichten worden geacht 18.000 euro te hebben geïnvesteerd waarvoor ze zich waarschijnlijk in de schulden hebben gestoken. Bij aanvraag van een uitkering bij sociale diensten kan men van haar eisen dat ze eerst het geld opmaakt dat ze in de BV heeft gestopt.
Bij ‘ontslag’ uit een situatie die in feite loondienst is, kunnen prostituees een uitkering bij het uitvoeringsorgaan sociale zekerheid aanvragen. Het UWV behandelt naar ons weten deze aanvragen welwillend maar de problemen ontstaan wanneer ex- prostituees zich bij het CWI  (re-Integratiebureaus) gaan inschrijven. Ze zijn bang dat hun beroepsverleden via de kaartenbakken of databases in de openbaarheid komt. De keuze om je als prostituee bekend te maken is vaak moeilijk: hoe reageren medewerkers bij CWI en werkgevers als je vertelt dat je tien jaar in de prostitutie hebt gewerkt?
En ze vrezen ook een negatieve bejegening door die instelling. De eerste klacht over het CWI van een vrouw die volgens het opting-in systeem werkt is al binnen. Met één druk op de knop zag de medewerker van het CWI de naam van het bordeel waar de vrouw had gewerkt.
 
Passende arbeid

En hoe zit het met aanvullende bijstand, als men nog wel wat bijklust in de prostitutie?  Een van de mensen in ons netwerk geeft volmondig toe dat het haar ‘tot op de dag van vandaag, 25 jaar later niet is gelukt te stoppen met prostitutie’.
Een radicale breuk met het prostitutiemilieu als vast onderdeel van een ‘stopperprogramma’s’ is daarom niet realistisch. Net zo min als vutters en andere uittreders wordt gevraagd om volledig te breken met oud-collega’s en het beroep moet men dit ook niet van prostituees vragen. Daartoe benadrukt De Rode Draad dat een soepele overgang naar een tweede beroepscarrière meestal gepaard moet gaan met mogelijkheden tot part time werken. Tot eind jaren tachtig werd onder een volledige werkweek in de prostitutie twaalf uur werken per dag gedurende zes dagen per week verstaan maar tegenwoordig wordt parttime werken vaker normaal gevonden. Daartoe hebben prostituees ook alle recht.
Dwingen tot voltijds-prostitutie is ook dwang tot prostitutie en CWI’s  (Centrum voor Werk en Inkomen, de vroegere arbeidsbureaus) en Sociale Diensten mogen dat niet. Een sekswerker bepaalt immers net als iedere andere burger zelf hoeveel tijd zij aan seksuele contacten besteedt.
Minister Korthals heeft destijds tijdens de behandeling van het wetsvoorstel dit standpunt verwoord in zijn opmerking dat prostitutie nooit passende arbeid kan zijn. Kennelijk is dit heel moeilijk te bevatten, nog steeds menen sommigen dat CWI’s en Sociale Diensten mensen kunnen verplichten in de prostitutie te gaan werken. Maar dat kan niet. Wel geldt een sollicitatieplicht voor alle andere vormen van passende arbeid, anders dan prostitutie
Wanneer iemand zich aanmeldt als werkzoekende bij het CWI volgt een intake. Naast persoonlijke gegevens worden gegevens over (beroeps)opleiding en werkervaring geregistreerd. Afhankelijk hiervan worden personen ingeschat op bemiddelbaarheid op de arbeidsmarkt. Mensen met sociale vaardigheden, een goede opleiding en relevante werkervaring zijn goed bemiddelbaar voor de arbeidsmarkt. Het is goed mogelijk dat (ex)prostituees met goede vaardigheden, zonder dat zij hoeven te zeggen dat zij in de prostitutie hebben gewerkt, kunnen doorstromen naar een andere baan. In dat kader kan worden verklaard dat een groot aantal CWI’s en Sociale Diensten aangeven dat zij geen prostituees in hun bestand hebben, om de eenvoudige reden dat zij hen niet als zodanig herkennen.
Dit zou impliceren dat (ex) prostituees niet bang hoeven te zijn dat ze gediscrimineerd worden door ambtenaren die hen bemiddelen, omdat zij niet hoeven te zeggen dat zij in de prostitutie hebben gewerkt.
Maar dit geldt voor degenen die goed bemiddelbaar zijn, die hoog opgeleid zijn  en relevante werkervaring hebben. 
Prostituees die lang full time in de prostitutie hebben gewerkt, geen ‘normale’ baan ernaast hadden waar ze zich achter konden verschuilen en geen beroepsopleiding hebben gevolgd, twijfelen aan hun kansen om een leuke baan te vinden. Als iemand er niet voor kiest haar prostitutieverleden te vermelden, verzint ze dan een arbeidsverleden? En wat gebeurt er als ze dat wel vertelt? Wat zet zij op haar CV? Als een vrouw ervoor gekozen heeft haar vorige werkkring te verzwijgen, hoe verklaart ze dan het ‘gat’ in haar cv? Mag ze ontslagen worden als men er achteraf achter komt? Deze vragen zijn gegrond. Wij hebben regelmatig gehoord dat er dan moeilijkheden ontstaan die soms zelfs ontslag tot gevolg hebben. Daarnaast leven velen in de angst voormalige klanten tegen te komen. Ook klagen prostituees dat ze zelden met mensen in hun omgeving kunnen praten over de leuke en nare ervaringen in hun prostitutieverleden.

De meeste prostituees hebben alleen werkervaring in de prostitutie, en vaak nauwelijks of geen opleiding. Werkervaring in de prostitutie wordt niet gezien als relevante werkervaring, maar als levenservaring, want hun ontwikkelde vaardigheden worden niet als beroepsvaardigheden, slechts als levenservaring erkend. Dus zijn zij slecht bemiddelbaar.
Mensen die moeilijk bemiddelbaar zijn (fase 4) komen vaak terecht in re-integratietrajecten.
Een bijzonder fenomeen is de rol van klanten bij het uitstappen. Wij krijgen berichten dat klanten die een eigen bedrijf hebben, prostituees vaak ander werk aanbieden.

Competenties

Sticker uitgereikt op het congres in 2005

Hun arbeidsverleden in de prostitutie zou alleen maar nadelen en geen voordelen hebben opgeleverd. Zo zouden ze in een ritme hebben geleefd dat ze snel moeten afleren. Een sollicitatiecursus waarin ze vooral moesten leren op tijd op te staan, behoorde tot de vaste onderdelen van zo’n stoppersprogramma. Dit doet sterk denken aan bepaalde trainingen in de Verenigde Staten waar men prostitutie als een verslaving of een ziekte ziet, waarvan men moet ‘afkicken’. Dit naar analogie met klantengedrag dat daar ook als ‘een verslavingsprobleem’ wordt gezien.
Dat is niet terecht. Prostituees hebben in hun oude beroep vaardigheden opgedaan die ze in een nieuwe werksituatie kunnen gebruiken: stressbestendigheid, klantgerichtheid en crisisbeheersing.
Deze competenties kunnen een belangrijke basis zijn bij de oriëntatie op de beroeps- c.q. arbeidsmarkt. Dat bleek tijdens het zogeheten ANAKO project waarin De Rode Draad in 2000 partner was. Dit transnationale project, in het kader van het Leonardo Da Vinci programma (Europese Commissie) had als doel het in kaart brengen van de integratie mogelijkheden voor prostituees op de arbeidsmarkt. Een van de belangrijkste conclusies waren dat het beroep prostituee een aantal vaardigheden vereist en tijdens het uitoefenen hiervan worden ontwikkeld. Deze vaardigheden zijn ook goed bruikbaar in andere beroepsgroepen. Ze zijn zich hier niet altijd van bewust. Met andere woorden: ze kennen hun competenties niet. Competenties worden in de literatuur gedefinieerd als “een herkenbaar gedragspatroon dat zich gedurende lange tijd, regelmatig en onder verschillende omstandigheden herhaalt, zij vormen een karakteristiek gedrag van een persoon waarbij het gaat om gedrag dat in oorzakelijk verband staat met effectief of zelfs superieur presenteren in het werk of in een andere situatie”.
Als prostituees besluiten hun werk in de prostitutie te verruilen voor een ander beroep, worden niet alleen hun competenties en vaardigheden ontkend maar dus ook niet vertaald in algemene, officiële kwalificatiemodellen die gehanteerd worden bij bijvoorbeeld beroepskeuze tests, zoals die gebruikt worden bij bemiddeling op de arbeidsmarkt en bij assessments.
De conclusie van het  ANAKO project was, dat prostituees een groot aantal competenties ontwikkelen die ook in andere beroepen ingezet kunnen worden, zoals binnen de dienstverleningssector.
Om deze competenties te kunnen benoemen zijn de volgende beroepshypothesen opgesteld:
• Prostituees zijn goed in staat een uitnodigende sfeer te creëren waar klanten zich prettig in voelen
• Prostituees zijn goed in staat hun werkplek te managen en hun werk te organiseren
• Prostituees hebben kennis en ervaring op het gebied van lichaamsverzorging, hygiëne en ‘imago-onderhoud’
• Prostituees hebben onderhandelingsvaardigheden
• Prostituees zijn gedisciplineerd
In het onderzoek werd uitgegaan van de competenties van (ex)prostituees. Voorhanden zijnde vaardigheden en ervaringen kunnen weliswaar met diverse onderzoeksinstrumenten zoals intelligentie tests worden gemeten, om te kijken in welke mate prostituees geschikt zijn voor een opleidings- of beroepskeuze traject. Maar het testen van deze vaardigheden heeft niet per se geleid tot een erkenningsbewustzijn bij prostituees, dat zij daadwerkelijk over deze competenties beschikken. Juist het niet erkennen van vaardigheden die zijn opgedaan in het werk in de prostitutie en het weigeren deze in te zetten bij het zoeken naar andere beroepen, zorgt er voor dat prostituees gehinderd worden bij hun integratie in de reguliere arbeidsmarkt.
Daarom is het belangrijk dat er een onderzoeksmodel wordt ontwikkeld, waarin mensen die in de prostitutie hebben gewerkt niet als ‘onderzoeksobjecten’ worden beschouwd. Workshops en trainingen voor en met (ex)prostituees blijken belangrijk om te onderzoeken of bovenstaande beroepshypothesen geschikt zijn en om te kijken of deelnemers in de gelegenheid worden gesteld, hun eigen vaardigheden te (h)erkennen zodat ze die kunnen definiëren bij het zoeken naar andere beroepen.
 
Bijzondere groepen

Een bijzondere groep van uittreders zijn de slachtoffers van mensenhandel die in de zogeheten B9 regeling terecht zijn gekomen. Deze regeling houdt in dat vrouwen – en mannen – die aangifte van mensenhandel hebben gedaan, als getuige voor de duur van de rechtszaak een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Deze vrouwen mogen in alle beroepen, behalve in de prostitutie, werken.
Een tweede bijzondere groep vormen de prostituees met een zwaar psychisch en/of verslavingsprobleem. Het succesvol laten uittreden van deze prostituees vereist de betrokkenheid van specifieke deskundigen op het gebied van verslavingszorg en/of psychiatrie.
Ten derde zijn er oudere migranten prostituees die ooit getolereerd werden en nu op grond van bijvoorbeeld een huwelijk een legale status hebben. Velen onder hen leven in een isolement, zijn gescheiden van hun Nederlandse partner, beheersen de Nederlandse taal amper en wonen nog op de werkplek.
Velen onder hen zouden graag minder willen werken of willen stoppen, maar kunnen dat niet, omdat hun gezin in de landen van herkomst afhankelijk van hen zijn en omdat ze geen andere perspectieven hebben.
Tot slot merken wij dat veel prostituees tegen hun zin moeten stoppen. Dit speelt bijvoorbeeld bij sekswerkers zonder werkvergunning: zij worden domweg uitgewezen of om prostituees die hun werk kwijtraken omdat de exploitant de deuren na controles van Belastingdienst/UWV definitief sluit. Deze prostituees raken tijdelijk werkloos. 

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum