Je relaties als sekswerker

Lyon: 2 juni 1972. Prostituees bezetten een kerk uit protest tegen criminalisering van prostitutie die hen in de gevangenis doet belanden. Een van hun argumenten: zij zijn moeders en willen voor hun kinderen zorgen in plaats van in het cachot gegooid worden.

Wie vertel je het en wie niet? We kunnen daar geen advies over geven. Veel vrouwen vertellen ons dat in ieder geval hun ouders het niet mogen weten. Wie er dan wel op de hoogte zijn is een kwestie van een langdurig selectieproces geweest. Andere vrouwen hebben daar geen moeite mee, maar dat zijn vrouwen die het aan iedereen vertellen. Zij hebben niet de last van een dubbelleven. Probeer een ieder geval één ruimdenkend persoon in vertrouwen te nemen. Hoe normaler we er zelf mee om gaan hoe eerder een ander geneigd is er eens anders over te gaan  denken.  Bij De Rode Draad is het niet verplicht om iedereen te vertellen wat je precies doet.
Bij de Rode Draad werken en komen veel vrouwen die het voor de buitenwereld verborgen houden. 
In veel landen is iedereen die met een prostituee woont volgens de wet een pooier. In Nederland is dat gelukkig niet zo. Er staat in de wet niets over pooiers, er staat alleen dat dwang en geweld verboden is.
Veel vrouwen geven echter aan dat het heel moeilijk kan zijn als je in de prostitutie werkt en een partner hebt. Velen stappen uit het vak als ze een vaste relatie krijgen. Anderen houden het verborgen voor hem/haar. Een vrouw heeft het dilemma wel eens als volgt verwoord:
- als hij het goed vindt dat ik werk, dan verdenk ik hem er stiekem van dat hij een graantje mee wil pikken en als hij het niet goed vindt dan ontneemt hij mij mijn inkomen. 
Laat je nooit door een partner dwingen. Soms laten vrouwen zich overhalen om een tijdje in de prostitutie te gaan, om ‘hem’ uit de brand te helpen. Niet zelden loopt dat fout en noemen ze hun man achteraf een pooier.


Het stigma straalt af allen die met prostituees te maken hebben. Hun partner wordt pooier genoemd en hun kinderen… ‘hoerenzonen’ wat in veel talen een scheldwoord is.
Het is niet voor niets dat prostituees de anonimiteit zoeken.  Prostituees vormen de enige beroepsgroep waarbij de man als afgeleide van de vrouw wordt gezien. In alle andere gevallen is het andersom en heet de vrouw doktersvrouw, domineesvrouw of first lady.

De partner van een prostituee wordt in denigrerende termen beschreven. Hij is lui, afkerig van werk, kleedt zich ordinair en vertoont opzichtig consumentengedrag. Dit zijn dezelfde vooroordelen die ten aanzien van de prostituee leven. Daarmee worden de sociale relaties van de vrouwelijke prostituee gestigmatiseerd. Deze maatschappelijke veroordeling was in het verleden in de Nederlandse wetgeving vastgelegd. Pooiers werden in Nederland tot de jaren zestig met landlopers in een rijksinrichting opgesloten.  Prostituees worden al eeuwenlang gestigmatiseerd. Dat uit zich door ze als groep een openbare orde en  gezondheidsprobleem te zien  en ze op individueel niveau tot slachtoffers te bestempelen. Dit heeft ertoe geleid dat de prostitutiewereld is gemarginaliseerd en dat prostituees in de loop der eeuwen tot aparte persoonlijkheden zijn gemaakt  met een eigen psychische make-up, die min of meer voor het slachtofferschap geboren zijn. 
Identificatie van gedrag met persoonlijkheid is een belangrijk kenmerk van stigmatisering.
Tot enkele decennia geleden hadden veel prostituees een 'bikker', een partner die toezicht hield en allerlei hand- en spandiensten voor hen verrichtte. Een pooier die meerdere vrouwen voor hem had werken, zoals in Amerikaanse films, kwam in Nederland echter nauwelijks voor. Als gevolg van de emancipatie stelden prostituees zich later net als 'andere vrouwen’ steeds onafhankelijker van beschermende mannen op. In Nederland hebben prostituees die ook niet nodig om de politie te ontlopen, werkplekken te vinden en gewelddadige klanten af te straffen. Werken als prostituee is hier immers niet verboden.
Prostituees vormen de enige beroepsgroep waarbij de man als afgeleide van de vrouw wordt gezien. In alle andere gevallen is het andersom en heet de vrouw doktersvrouw, domineesvrouw of first lady.
De partner van een prostituee wordt in denigrerende termen beschreven. Hij is lui, afkerig van werk, kleedt zich ordinair en vertoont opzichtig consumentengedrag. Dit zijn dezelfde vooroordelen die ten aanzien van de prostituee leven. Daarmee worden de sociale relaties van de vrouwelijke prostituee gestigmatiseerd. Deze maatschappelijke veroordeling was in het verleden in de Nederlandse wetgeving vastgelegd. Pooiers werden in Nederland tot de jaren zestig met landlopers in een rijksinrichting opgesloten. In sommige landen zijn familie en partners nog steeds strafbaar als ze van de inkomsten van prostituees profiteren. Deze wet is bedoeld als bescherming van prostituees, maar keert zich in de praktijk tegen hen. Het bemoeilijkt namelijk hun relaties met anderen. Uit Engeland komen bijvoorbeeld verhalen over ouders en kinderen die geen cadeautjes, zelfs niet een kop thee van een prostituee mochten aannemen op gevaar af van pooiergedrag beschuldigd te worden.
Een meewerkende partner die zakelijke adviezen geeft, iets dat bij andere kleine bedrijven normaal en geaccepteerd is, kan bij prostitutie op problemen stuiten. Als hij haar bijvoorbeeld stimuleert om voor een hoge omzet onder slechte omstandigheden te werken of veel uren te maken, is er al dwang in het spel. Dit maakt de grens tussen samenwerking en zachte dwang tot prostitutie vaag.
Na de wetswijziging is het in Nederland alleen strafbaar om door middel van dwang en geweld inkomsten van prostituees te betrekken. Overigens doen prostituees die (seksueel) mishandeld worden, net als hun lotgenoten die niet in de prostitutie zitten, zelden aangifte tegen hun partner. Dat speelt pas als de relatie is beëindigd. Het betekent immers een breuk met degene die de vrouw het meest nabij staat.
Afgezien van die extreme gevallen hebben prostituees in andere opzichten vaak relatieproblemen. Dit heeft alles te maken met de precaire scheidslijn tussen commercie en intimiteit, die in de prostitutie, meer dan in andere beroepen, gerespecteerd moet worden. Velen achten hun werk zelfs onverenigbaar met een vaste relatie. Een prostituee formuleerde dit dilemma als volgt: ‘Als hij het goed zou vinden dat ik in de prostitutie werk, dan zie ik hem als pooier, als hij het niet goed zou vinden, dan ben ik mijn inkomsten en financiële onafhankelijkheid kwijt’. Derhalve kiezen sommigen voor geheimhouding voor de eigen partner of voor een vrijgezellenbestaan.
Aan wie vertel je het nog meer? Een moeilijke vraag, hier zijn geen aanwijzingen voor te geven. Als je je ongelukkig voelt met je dubbel leven, probeer het dan eens uit bij die ene goede vriendin of bij die lieve tante, met wie je altijd al een goed contact had.
Wil je met lotgenoten praten? Vaak vragen vrouwen ons of we geen bijeenkomsten kunnen organiseren. Dat kan, maar dan moeten jullie ook actief meewerken. We staan er nog steeds voor open. 
We maken ons ernstig zorgen over ontwikkelingen in de maatschappij. De geëmancipeerde, mondige prostituee is uit de discussie verdwenen. Het slachtofferschap staat weer voorop. We proberen daar wat aan te doen.

In sommige steden is er gespecialiseerde hulpverlening voor prostituees. De Rode Draad ziet dit als een belangrijke aanvulling van haar werk. Voor huisvestingsproblemen, verwerkingsproblemen en problemen met schuldsanering verwijzen wij prostituees altijd door. Wel zouden we willen dat er ook meer middelen zouden zijn om problemen op het werk op te lossen. Dit lukt niet door alleen opvang en maatschappelijk werk te organiseren voor prostituees.

Huisvesting

Bar en hotel, heel handig bij elkaar.

In een club in het noorden van het land zagen we in een club een zijkamertje met stapelbedden. Die waren bestemd voor de Braziliaanse vrouwen die er ‘intern’ waren. Veel vrouwen, vooral migranten, overnachten op hun werkplek. Dat is officieel bijna nergens toegestaan, maar het gebeurt toch. Het is immers moeilijk om woonruimte te vinden. Een andere reden is dat clubs vaak zeer afgelegen liggen en met openbaar vervoer onbereikbaar zijn. Bij migranten verhoogt dit de afhankelijkheid van de ‘baas’. Uit één club kwam de klacht dat alleen Zuid-Amerikaanse vrouwen die getrouwd waren ’s nachts naar huis mochten.
Dit overnachten komt ook in raamgebieden voor. Soms steekt de gemeente daar in een verordening een stokje voor door bijvoorbeeld te eisen dat het pand maar 23 uur per dag open mag zijn, waardoor prostituees een uurtje op straat moeten bivakkeren. Wonen op de werkplek is een korte termijn oplossing, die op lange termijn rampzalig kan uitpakken. In het geval van conflict met de exploitant worden deze vrouwen met al hun bezittingen op straat gegooid. En als ze willen stoppen zijn ze dakloos.
Wanneer een migrant er wel in slaagt om een eigen ruimte te huren, dwingt een pooier haar soms een of meerdere collega’s in huis te nemen.
Wanneer een prostituee niet haar eigen woning of adres heeft, is het moeilijk om een sofinummer te krijgen, een bankrekening te openen en als zelfstandig ondernemer te boek te staan. Huisvesting is een van de belangrijkste instrumenten om prostituees afhankelijk te maken. Vaak zorgt de exploitant voor huisvesting  in zijn/haar eigen vastgoed of in een hotel. Sommige hotels zitten 'heel handig'naast een bar.

Hulpverlening of vakbond?

Er zijn vele hulpverleningsinstanties voor prostituees

In het verleden bevestigde veel wetenschappelijk onderzoek vooroordelen ten aanzien van prostituees. Wetenschappers hadden ‘bewezen’ dat prostituees bijna altijd uit gebroken gezinnen kwamen en vaak een incestverleden hadden.
Sommigen erkenden dat prostitutie helend kon zijn voor mensen met een dergelijke achtergrond. Weliswaar beseften ze dat niet alleen prostituees met een belast verleden te kampen hadden, maar alleen zij werden als beroepsgroep onderzocht. Over de achtergronden van bijvoorbeeld stewardessen weet men nog steeds niets. Hulpverleners stonden in de begintijd van De Rode Draad ook niet goed aangeschreven: ze hadden de reputatie hoeren te willen redden.
Voor emancipatie en destigmatisering trok de overheid minder geld uit dan voor hulpverlening aan prostituees. ‘Ieder lullig hulpverleningsprojectje om prostituees zakdoeken uit te delen, krijgt al gauw een ton’, klaagde Margot Alvarez destijds. ‘Iedereen weet wel dat er veel mis is in de prostitutiewereld, maar waarom haal je daar de hulpverlening bij, in plaats van het FNV’, zo vroeg de publiciste Bernadette de Wit zich af in de Blacklight, het informatiemagazine van De Rode Draad. Maar dat is op twee fronten verbeterd. Ten eerste is het FNV nu daadwerkelijk betrokken bij het bestrijden van wantoestanden in de prostitutiewereld. Ten tweede heeft de hulpverlening  zich in de loop der jaren een eigen plaats in de prostitutiewereld verworven en werkt vanuit een professionele attitude. Over gespecialiseerde hulpverleners klagen prostituees niet meer dat ze hen niet begrijpen omdat ze het werk nooit hebben gedaan, wat ze wel deden in 1989 toen een onderzoek over hun hulpvragen het licht zag.
Mede door de expertise die de vrouwenhulpverlening heeft ingebracht worden vrouwen met huisvestingsproblemen, problematiek met schuldsanering en relatiekwesties goed en adequaat geholpen. Dit gebeurt vooral door organisaties die zich in de prostitutie hebben gespecialiseerd. Ook daarbuiten, bij het algemeen maatschappelijk werk en de psychotherapie is er meer begrip gekomen voor het wel en wee van de prostituee. Voor bepaalde groepen prostituees is een vorm van categoriale, dat wil zeggen op de groep gerichte, hulpverlening in het leven geroepen. Dat geldt bijvoorbeeld voor migranten, verslaafden en minderjarigen. De hulpverlening aan migranten wordt meestal gefinancierd vanuit de aids-preventie en is daarom nogal op gezondheidsvoorlichting gericht. Daarnaast is er hulp voor slachtoffers van mensenhandel. Hulpverlening aan migranten is dus vooral op 'ziekte' en ‘slachtofferschap’ gebaseerd, precies de klassieke stigmatiserende benaderingen.
Er zijn echter beperkingen aan de hulpverlening. Een hulpverleenster die vanuit haar beroepsethiek de individuele vrouw moet helpen kan bijvoorbeeld niet altijd bij exploitanten gaan klagen over slechte werkomstandigheden. Ze loopt dan het risico dat haar cliënt haar werk kwijtraakt.

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum