Plattergrond Wallen.

De geheimzinnigheid die met prostitutie gepaard gaat uit zich in het gebrekkige cijfermateriaal over mensen die ermee te maken hebben. Hoeveel prostituees zijn er, hoeveel klanten en hoeveel bedrijven? Niemand weet het precies. Men schat er meestal op los.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de cijfers over minderjarige prostituees. Eind jaren tachtig schatte men hun aantal op duizend, maar nu doet het cijfer van 1330 tot 2080 de ronde, een cijfer dat exact lijkt maar een ruime marge heeft. Bij een andere gelegenheid had men het over 100 tot 1000. De statistieken over 'minderjarigen' worden extra vervuild doordat men kwetsbare vrouwen tot 23 jaar ook tot de 'minderjarigen’ rekent. In dit verband betekent 'minderjarig' zoiets als hulpbehoevend. Dat is onjuist: 'minderjarig' is een term voor een betrekkelijk willekeurige juridische leeftijdsgrens. Weliswaar is het juist om ten behoeve van de hulpverlening soepel om te gaan met de leeftijdsgrens.
Niet alleen van prostituees, maar ook van seksbedrijven blijkt het moeilijk te zijn om de precieze aantallen te bepalen. Er zijn zo’n 800 vergunde bedrijven. Daarbij is het niet altijd duidelijk of men alle privé-huizen en eenmansbedrijfjes meetelt.
Ook het aantal klanten blijft ongewis. Toen zij als belangrijkste partij voor aids-bestrijding in beeld kwamen, presenteerden onderzoekers het schokkende cijfer dat een op de vijf mannen een hoerenloper is. Maar later bleek dat in Nederland  een op de tien mannen geregeld prostituees bezoekt, een op de vijf had dat ooit eens gedaan.
In al deze schattingen zitten foutmarges van dertig tot bijna vijfenzeventig procent. Gewoonlijk is in kwantitatief onderzoek een foutmarge van vijf procent toegestaan. Maar kennelijk vindt men bij prostitutieonderzoek het presenteren van vage cijfers acceptabeler dan bij andere maatschappelijke kwesties.

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum