Folder gemaakt ter gelegenheid van de opheffing van het bordeelverbod

Sinds 1 oktober 2000 is het verbod op het exploiteren van een bordeel afgeschaft. Dat betekent dat prostitutie nu een legale bedrijfstak is. Vóór die datum waren alle prostitutiebedrijven eigenlijk illegaal, ook al bestonden ze al jaren. Deze bedrijven werden gedoogd. Dat wil zeggen dat ze konden voortbestaan, zolang ze geen overlast veroorzaakten. Nu moeten alle exploitanten van clubs, kamerverhuurbedrijven en andere prostitutiebedrijven een vergunning hebben.

Werken als prostituee was niet verboden, dus daarin is niets veranderd. Alleen de bedrijven waren illegaal. Daardoor kon jij weinig doen wanneer de exploitant zich niet aan de afspraken hield, of als het bijvoorbeeld slecht was gesteld met de hygiëne in de club. Bij een illegaal bedrijf kun je je nu eenmaal niet beroepen op regels en instanties. Hierin is verandering gekomen. Nu prostitutie een legale bedrijfstak is, heb jij rechten en plichten, net als andere werkende mensen.

In deze situatie moet het prostitutiebedrijf voldoen aan een groot aantal eisen.
Die kunnen per gemeente verschillend zijn. Exploitanten lopen het risico hun vergunning kwijt te raken, als zij zich daaraan niet houden. Gemeentelijke diensten, zoals de brandweer en bouw en woningtoezicht kunnen het bedrijf komen controleren. Jij kunt zelf ook bij de gemeente terecht als je klachten hebt over het bedrijf, of als je denkt dat de exploitant zich niet aan de regels houdt. De Rode Draad kan je advies geven over hoe je dit kunt aanpakken en je daarbij ook  helpen.


In de kamerstukken worden de belangrijkste doelstellingen als volgt opgesomd:
1. beheersing en regulering van exploitatie van vrijwillige prostitutie,
2. verbetering van de bestrijding van onvrijwillige prostitutie,
3. bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik,
4. verbetering van de positie van prostituees,
5. bestrijding van aan prostitutie gekoppelde criminele randverschijnselen,
6. tegengaan van illegaliteit in de prostitutie.

Het nieuwe wetsartikel combineert de verschillende bestaande artikelen die gaan over de exploitatie van prostitutie, souteneurschap en mensenhandel.

De straf van maximaal 6 jaar die de nieuwe wet opneemt, geldt voor:
- degene (b.v. de bordeelexploitant) die een persoon dwingt zich te prostitueren.
- degene (b.v. de handelaar) die een persoon over de grens brengt met het voornemen diegene in de prostitutie te laten werken. Wegens  internationale verdragen geldt dit ook voor vrijwillige prostitutie.
- degene (b.v. de bordeelexploitant) die een minderjarige (onder 18 jaar) de gelegenheid geeft zich te prostitueren. Dit geldt ook voor vrijwillige prostitutie.
- de personen (achtergronddaders) die geld aannemen van een persoon die gedwongen wordt zich te prostitueren of van een minderjarige prostituee.
- de persoon (pooier) die met geweld of dreiging van geweld een prostituee dwingt haar of zijn geld af te staan.
De straf van maximaal 8 jaar geldt:
- als de misdrijven gepleegd worden door twee of meer personen,
- als de minderjarige jonger is dan 16 jaar,
- als er ernstig lichamelijk letsel wordt toegebracht.
De straf van maximaal 10 jaar geldt als twee of drie van de bovengenoemde omstandigheden in combinatie voorkomt.
Belangrijk: dit jaar is de wet uitgebreid. Het is  nu ook strafbaar om mensen in slavernij –achtige omstandigheden in andere beroepen te laten werken. Er is sprake van slavernij- achtige omstandigheden wanneer bijvoorbeeld
- Je extreem lange werkdagen moet maken (12 uur of langer)
- Je systematisch wordt onderbetaald.
- Je extreem afhankelijk bent van de exploitant (wonen, eten, enz)
- Je geen zeggenschap hebt over je eigen lichaam
We weten nog niet hoe deze wetswijziging uitpakt voor prostituees. We wachten af, maar het is duidelijk dat je het niet hoeft te accepteren als je onder bovengenoemde omstandigheden werkt. 

Handhaving

Carnavalskraker van Metje Blaak en voormalig wijkagent Joep de Groot: Joep veeg die toerist van mijn stoep. Tekst: Metje Blaak en Joep de Groot, muziek Ben Rondhuis

Als je denkt aan handhaving van de wet, denk je meteen aan politie. Maar er zijn nog meer instanties bij betrokken: de belastingdienst, de uitvoeringsorganen sociale zekerheid, de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Sinds 2000 is er al veel op gang gezet. Zo zitten bijvoorbeeld de belastingdienst en UWV op één lijn.
Exploitanten en klanten zijn strafbaar wanneer ze werken met prostituees die nog geen 18 jaar zijn.
In oktober 2000 zijn door een wetswijziging de prostitutiebedrijven legaal geworden. De exploitanten moeten zich wel aan het arbeidsrecht houden en hebben voor hun bedrijf een vergunning van de gemeente nodig. Hierin staat onder andere waar het bedrijf gevestigd mag zijn en aan welke inrichtingseisen voldaan moet worden. Dat geldt zowel voor prostituees die als werkneemsters bij een bedrijf in dienst zijn als voor zelfstandig onderneemsters. Dit wordt gecontroleerd door o.a. de gemeente, politie, brandweer en de GGD. De belastingdienst en het UWV handhaven ook. Zij bepalen of er geen fraude gepleegd wordt. De grote afwezige handhaver is echter de arbeidsinspectie. Die wil pas optreden als er sprake is van loondienst en dan alleen als er een klacht wordt ingediend. Jammer, we zouden graag willen dat ze op eigen initiatief eens gingen kijken in bedrijven waar de belastingdienst en uwv hebben geconstateerd dat er dienstverbanden zijn. Is het bijvoorbeeld normaal dat prostituees de hele dag in het pikkedonker moeten zitten?


Iedere gemeente heeft de vrijheid zelf haar prostitutiebeleid vorm te geven. Zo kan het voorkomen dat er grote verschillen ontstaan tussen de gemeentes onderling in prostitutiebeleid. Er zijn gemeenten die proberen om geen enkel bedrijf op hun grondgebied toe te staan, of willen niet dat vrouwen thuis werken. Iedereen die zelfstandig wil gaan werken doet er goed aan om bij de gemeente te informeren wat haar regels zijn.

De ambtenaren van de politie, gemeente en belastingdienst zijn gerechtigd om prostituees te vragen naar hun identiteitspapieren, om vast te stellen hoe oud iemand is en of zij wel een werkvergunning voor Nederland heeft. Ze mogen echter geen gegevens opschrijven, dat mag alleen bij verdenking van een misdrijf of wanneer zij een gegrond vermoeden hebben dat zij een slachtoffer is van mensenhandel. .
Zowel voorstanders als tegenstanders van de opheffing van het bordeelverbod hebben op het ontstaan van een illegaal circuit gewezen omdat mensen van buiten de Europese Unie niet meer in de Nederlandse prostitutiebedrijven worden getolereerd. Zij waren vooral bang dat deze vrouwen naar illegale escorts en andere ondergrondse circuits zouden uitwijken.
Wij ontkennen niet het bestaan van deze vorm van werken in de illegaliteit. Dit bestaat, heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan. We zetten echter wel onze vraagtekens bij de omvang en de mogelijkheid van dit circuit om te groeien. Uit berichten van klanten op Internet blijkt dat de markt daarvoor beperkt is. De vraag naar bijvoorbeeld escort door illegalen blijkt niet omvangrijk te zijn. Op de klantensites kan men lezen dat klanten het niet prettig vinden om een vrouw thuis te ontvangen met wie ze geen woord kunnen wisselen. Ook wantrouwen klanten contacten die via een 06-nummer van een mannelijke bemiddelaar verlopen. Zij zijn er tevens achter gekomen dat deze vorm van ‘illegale prostitutie’ net zo duur is als reguliere prostitutie.
Er blijkt echter iets anders aan de hand te zijn. Wij zien dat vooral in het legale circuit van clubs en privé-huizen buiten de Randstad veel vrouwen van buiten de Europese Unie werken. Hun positie is nog even slecht als voor de wetswijziging. Ze verdienen slecht, ze zijn vaak geïsoleerd en ze zijn afhankelijk van derden. Enkele vrouwen van buiten de Europese Unie hebben een aanvraag voor een verblijfsvergunning lopen waardoor ze ten onrechte in de veronderstelling verkeren dat ze volledig legaal aan het werk zijn want met deze aanvraag verblijven ze tijdelijk legaal in Nederland, maar ze mogen niet werken. De vrouwen uit de associatielanden hebben een vergelijkbaar probleem. Zij voldoen niet aan het MVV (Machtiging Voorlopig Verblijf) – vereiste:dat wil zeggen dat deze vrouwen een MVV in het land van herkomst dienen aan te vragen en die daar af te wachten. Hun is verteld dat ze dat in Nederland kunnen doen. Dat is niet zo en daarom zijn zij illegaal in het werk. Hoewel zij legaal in Nederland verblijven, verkeren zij in een onzekere situatie. Zij zijn niet zelden slachtoffer van diverse vormen van desinformatie van malafide bemiddelaars en uitbuiting.
Tijdens ons veldwerk horen wij dat vrouwen van buiten de Europese Unie en uit de associatielanden  (Roemenie en Bulgarije) in het algemeen heel slecht verdienen, zij zich van alles van klanten moeten laten welgevallen, nauwelijks of niet de werkplek kunnen verlaten en ook niet op zoek kunnen naar een bedrijf waar de omstandigheden beter zijn. Zij zijn immers afhankelijk van de exploitant die zich op zijn beurt beroept op het gedoogbeleid van de politie. 
Er is wel degelijk een illegaal circuit maar daarin werken paradoxaal genoeg vooral Nederlandse en overige legale vrouwen. Dit gaat om het fenomeen dat onder de noemer ‘amateurprostitutie’ valt. Dit speelt zich af in parenclubs, in reguliere seksclubs die de deuren in het weekend  voor amateurs openzetten, op gangbangparties (groepsex van meerdere mannen met een vrouw), via websites op Internet, op parkeerplaatsen en in pornobioscopen. De overstap van legale prostituees van het legale circuit naar de illegaliteit valt grotendeels te verklaren uit de geringe aantrekkingskracht van legaal werken.
Wij willen niet concluderen dat de opheffing van het bordeelverbod vrouwenhandel in de hand heeft gewerkt. Vrouwenhandel is een internationaal fenomeen dat ook veel voorkomt in landen waar wel een bordeelverbod van kracht is. Wij menen dat een juiste implementatie van de wetswijziging vrouwenhandel zichtbaar maakt en uitnodigt om vrouwenhandel interdisciplinair (dus ook vanuit het arbeidsrecht) aan te pakken. Daartoe moet het beleid wel goed en consequent worden uitgevoerd. Dit betekent dat er alles aan de normalisering van de bedrijfsvoering moet worden gedaan. 
Voor de internationale aanpak moeten heel andere maatregelen getroffen worden. Wij vrezen echter dat die internationale aanpak faalt wanneer de positie van prostituees in landen van herkomst niet wordt verbeterd, zij in de illegaliteit blijven en afhankelijk van lokale criminelen zijn. Vervolgens komen zij van de regen in de drup zolang zij nog te rooskleurige  informatie over werken in de Nederlandse prostitutie krijgen. 
Dit geldt voor de vele verhandelde vrouwen die ervaring in de prostitutie hebben  of daar niet afwijzend tegenover staan.
De vrouwen die tot prostitutie zijn gedwongen en onder dwang in het vak zijn gestapt, zijn er andere maatregelen op het gebied van de opvang nodig.
Slachtoffers van vrouwenhandel krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning zodat ze als getuige op een proces kunnen optreden en gebruik kunnen maken van opvangvoorzieningen. Degenen die bijvoorbeeld uit angst voor de handelaren niet weten of ze aangifte gaan doen, krijgen drie maanden bedenktijd. Dit alles heet de B9 regeling. In de praktijk wordt die niet altijd correct of helemaal niet door de politie wordt toegepast.
Op ons kantoor melden zich schrijnende gevallen: bijvoorbeeld een Bulgaarse vrouw die ernstig bedreigd werd en daarvan aangifte heeft gedaan. Dat dit geen loze bedreigingen betrof bleek wel toen haar moeder in Bulgarije zo ernstig mishandeld werd dat de dood erop volgde. De vrouw in kwestie kreeg ondanks het gevaar dat ze liep, het advies van de politie om terug te gaan naar Bulgarije en daar politiebescherming aan te vragen. Een andere vrouw die de B 9 status was onthouden is al enkele jaren op drift omdat ze bij ‘thuiskomst’ het huis van haar ouders volledig in de as gelegd aantrof.
Dit gaat volgens de Nationale Rapporteur Mensenhandel over het topje van de ijsberg – over vrouwen die wel bereid zijn aangifte te doen. Daarnaast blijkt de onmogelijkheid om met een B 9 status legaal te werken, een grote belemmering in de aangiftebereidheid te vormen.

Politie

Politiemuseum

Waar in de wereld zie je dat politiemensen op hun deelnemersbadge van een congres het logo van De Rode Draad voeren en dat vrouwen van De Rode Draad op een politiecongres rondlopen met zo’n badge met het politielogo? En waar maakt een (ex) wijkagent met een (ex) prostituee een CD met de carnavalskraker:”Joep veeg die toerist van mijn stoep?” Dat kan alleen in Nederland.
De Rode Draad is geen verlengstuk van de politie omdat ze daarmee haar vertrouwenspositie zou verliezen. Wanneer De Rode Draad direct misstanden bij de politie zou melden, dan loopt ze het gevaar als getuige bij een uit de melding resulterende strafzaak te worden opgeroepen. Dit is echter een oplosbaar probleem. In de toekomst zou dit kunnen worden ondervangen door een samenwerkingsverband met Meld Misdaad Anoniem. Dit geldt ook voor melding van minderjarigen.
Wel wordt wel eens met individuele politiefunctionarissen gesteggeld over de toepassing van de identificatieplicht. We krijgen wel eens klachten over registratie en het niet toekennen van de bedenktijd van drie maanden ten behoeve van slachtoffers van mensenhandel. Vermoedelijke slachtoffers mogen namelijk drie maanden nadenken of ze aangifte willen doen.

Misstanden

Club in de zomer van 2006 gesloten wegens misstanden.

Een van de kerntaken van De Rode Draad is het signaleren van misstanden in de prostitutie. Die zijn er  nog te over. Nog steeds komen we op plekken waar prostituees onder al of niet zachte dwang werken. Soms moeten sekswerkers nog twaalf uur per dag werken en krijgen ook te horen hoe breed hun bh bandje moet zijn. De prijzen zijn te laag en de huren te hoog.
In de meeste clubs bepaalt de eigenaar/bedrijfsleider de werkstructuur, de prijzen en de ‘aankleding van het werk’. Enkele voorbeelden:
In één club worden vrouwen verplicht een keer per week naar de sportschool te gaan. Eenmaal hebben we gehoord dat een vrouw zelfs dringend werd aangeraden een borstoperatie uit te laten voeren.  Kledingvoorschriften komen nog steeds voor. In een bepaalde club wordt zelfs gecontroleerd of de vrouwen extra deodorant in hun tasje hebben. Elders mogen vrouwen geen knoflook eten.
De vrije keuze van werktijden betekent meestal dat prostituees kunnen intekenen op een rooster dat door de exploitant wordt gemaakt. Ook kennen we gevallen dat vrouwen wel twee avonden achtereen vrij mogen nemen, maar daarna niet meer terug hoeven te komen. Een andere vrouw meldde weer dat ze niet mocht zeuren als ze doodmoe was en naar huis wilde. Ook bezocht de Rode Draad een seksbedrijf waar vrouwen gedurende een werkdag van 12 uur het pand niet mochten verlaten. Hoewel we de indruk hebben dat het boete heffen op te laat komen is afgenomen, komt het nog steeds voor. (In één privé-huis 25 euro voor vijf minuten te laat komen.) Ook staat in enkele huisreglementen dat de vrouwen aan het eind van hun werkdag de kamer moeten schoonmaken.
Het verplicht alcohol drinken is ook de wereld nog niet uit. Zo klaagde een vrouw die medicijnen slikte dat ze geen champagne mocht weigeren. Ook het argument dat ze nog moest rijden, hielp niet.
Iedere burger, dus ook de prostituee heeft vier vrijheden: zelf bepalen met wie, wanneer, hoe lang en onder welke voorwaarden seksueel contact plaats vindt. Deze zijn nog lang niet gerealiseerd in de prostitutie. In een bepaalde club in de Randstad zijn vrouwen verplicht een klant twee maal klaar te laten komen. Somt betaalt de klant alleen entree, waarin de dienstverlening is inbegrepen, waardoor hij het recht verwerft om iedere aanwezige vrouw te kiezen. Weigeren is er dan niet bij. 
Degenen die hiertegen protesteren krijgen vaak te horen dat ze maar ergens anders emplooi moeten gaan zoeken. Maar na een dergelijk ‘ontslag’ moeten zij constateren dat het elders niet beter is. Bovendien raken ze hun vaste klantenkring kwijt, een groot nadeel in deze moeilijke tijden. Ons bereiken berichten dat deze klokkenluiders worden geweerd uit andere clubs en privé-huizen. Met de vrouwen die dit zijn overkomen bespreken we welke acties wij voor of met hen kunnen ondernemen. Dat kan bijvoorbeeld een extra bezoek van ons aan het bedrijf behelzen waarin we in discussie gaan met de exploitant.
Recent hanteren exploitanten van grote clubs een nieuwe methode om loondienst te vermijden: ze maken de  prostituees tot mede-eigenaar. Dit gaat soms met zo weinig subtiele dwang gepaard dat prostituees een uur krijgen om te beslissen of ze voor een flink bedrag op het voorstel ingaan. Een kopie van het contract om even met een juridisch adviseur door te nemen wordt niet verstrekt. Overigens is dit alles voor niets; ook in die situatie is het mogelijk dat de uitvoeringsorganen sociale zekerheid beslissen dat het toch om loondienst gaat. In dat geval is de prostituee ook nog medeverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.
Ook in de escort kan men vragen stellen bij de vrije klantenkeuze. Op papier mogen escorts rechtsomkeer maken als ze na uren reizen bij een klant terechtkomen die hen niet bevalt, maar in de praktijk wordt hen dat niet in dank afgenomen. Ook het escortbedrijf vangt de helft of meer van de klant als betaling voor de bemiddeling. Wanneer een escort buiten het escortbedrijf om contact met een klant zoekt,  komt hem of haar dat meestal op een ontslag te staan. Sterker nog, bij veel escortbedrijven worden de werkers geacht een soort concurrentiebeding te tekenen: als ze hun werkzaamheden voor dat bepaalde bedrijf beëindigen, mogen ze een jaar niet bij een ander escortbedrijf werken.

Raamprostituees zijn over het algemeen geen voorstanders van loondienst. In principe moet zelfstandig ondernemerschap daar voorop staan.
Overigens is het maar de vraag in hoeverre raamprostituees als echte zelfstandige ondernemers aangemerkt kunnen worden. Een groot deel van de raamexploitanten is nauwelijks bereid hen als zodanig te behandelen. Ze geven immers geen of alleen tegen betaling bonnen af van de raamhuur. Ook raamverhuurders zijn als zelfstandig ondernemer tegenover andere zelfstandige ondernemers verplicht te factureren.
Zij zijn vooralsnog niet bereid de huurovereenkomst op papier te zetten. Af en toe bereiken ons berichten dat raamexploitanten zich met de werkwijze van de vrouwen bemoeien door aanwijzingen over kleding te geven of door een vrouw te berispen als klanten niet tevreden zijn. Onlangs kwamen er uit Utrecht berichten dat vrouwen van hun kamer worden gegooid als ze informatiemateriaal van De Rode Draad op hun kamers bewaren.
Deskundigen op het gebied van arbeidsrecht hebben geopperd dat raamexploitanten door de hoogte van de raamhuren voor hun inkomen zo afhankelijk van prostitutie zijn dat ze mogelijk in de gevarenzone van het werkgeverschap komen. Als raamexploitanten de ramen voor andere doeleinden dan prostitutie verhuren kunnen ze nooit zoveel omzet behalen. Bovendien zijn exploitanten door plaatselijke verordeningen vaak gedwongen om werkgeversgedrag te vertonen: ze moeten paspoorten controleren en ze dienen tevens in de bedrijven aanwezig te zijn. Ook geeft het te denken dat de ramen bij enkele exploitanten in Amsterdam voor 6 dagen achtereen en in een straat in Den Haag voor 7 dagen per week gehuurd moeten worden. Zo worden vrouwen gedwongen lang achtereen te werken. Onderverhuur is niet toegestaan. Niet zelden worden ze geacht bij ziekte of vakantie de raamhuren door te betalen.
Raamexploitanten kunnen de discussie over loondienst uit de weg gaan door bonnen te geven, de raamhuren te verlagen en deugdelijke huurcontracten op te stellen.
 Heel vaak horen wij van raamprostituees dat bepaalde voorzieningen als schone handdoeken, lakens en de schoonmaak niet in de zeer forse huurprijs zijn inbegrepen.
Op sommige plaatsen kunnen vrouwen tegen betaling een emmer en zeem krijgen om de ramen te wassen. Hoewel veel exploitanten doordrongen zijn van de noodzaak van een schone en hygiënische omgeving, bezoeken we nog vaak in bedrijven waar we onze wenkbrauwen fronsen. De arbeidsinspectie is hier nog niet tegen in actie gekomen, mede doordat de onduidelijkheid over de arbeidsverhoudingen voortduurt. De arbeidsinspectie richt zich immers op bedrijven waar eenduidig loondienst wordt geconstateerd.
Op het gebied van gezondheidszorg voor prostituees is veel goed werk verricht. Er is een protocol voor een gedegen soa –onderzoek. Dit maakt het optreden van de zogeheten clubartsen, artsen die prostituees op hun werkplek onderzoeken – waar nooit voldoende laboratorium faciliteiten aanwezig kunnen zijn – in feite overbodig. Vaak verwacht de clubeigenaar toch dat de vrouwen zich door zo’n clubarts laten controleren. Dit staat op gespannen voet met de vrije artsenkeuze.
Sommige clubartsen geven de uitslagen van de onderzoeken door aan exploitanten, wat strijdig is met de wet op de medische behandeling. . 
Wij horen nog te vaak dat vrouwen tijdens hun menstruatie moeten doorwerken. Het is immers nog niet duidelijk of menstruatie, zwangerschap of een soa redenen voor (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid zijn. Wij hebben deze kwestie tevergeefs bij het Ministerie van Sociale Zaken aangekaart.
Ook wordt er hier en daar geadverteerd met orale contacten zonder condoom, hoewel adverteren met onveilige seks in veel gemeentelijke vergunningenstelsels verboden is. Overigens komen onveilige orale contacten nog veel voor. Individuele prostituees worden daartoe wel gedwongen door de grote concurrentie en het lage prijspeil.

2 algemene problemen

Het lage prijspeil is een kernprobleem. Dit wordt mede veroorzaakt doordat te veel vrouwen die in een afhankelijkheidssituatie zitten, bijvoorbeeld op grond van illegaliteit, in het vak worden getolereerd.

De lage organisatiegraad in de prostitutiewereld is ook een struikelblok. Exploitanten denken dat ze geen brancheorganisatie nodig hebben omdat ze menen dat  de wetswijziging geen invloed kan hebben op hun bedrijfsvoering. Prostituees zijn bang voor verlies van anonimiteit.
Na 1 januari 2005 heeft Vakwerk geen organisatorisch tehuis meer. De Rode Draad is dan waarschijnlijk opgeheven. Door de jarenlange illegaliteit hebben prostituees een achterstand in emancipatie opgelopen, met name wat hun arbeidsrechten betreft.

Problemen met de administratie/belasting


Tot voor kort was het voor prostituees niet mogelijk om kosten voor persoonlijke verzorging af te trekken. Nu kan dat wel, mits prostituees kunnen bewijzen dat ze die kosten voor hun werk hebben gemaakt. Hoe doen ze dat? Dit veroorzaakt veel onduidelijkheid en willekeur.


Er zijn nog teveel onbetrouwbare dienstverleners in het veld actief: malafide boekhouders die meewerken aan schijnconstructies.

Het (gedwongen) zelfstandig ondernemerschap brengt veel administratieve rompslomp met zich mee.

Nog steeds worden prostituees gedwongen dezelfde boekhouder als de exploitant te nemen.


escort

Escortbureaus vragen bovenmatig veel geld voor de bemiddeling naar  klanten toe. Zij moet de helft of meer aan het bureau afstaan voor slechts het telefonisch bemiddelen naar de klant toe.

Veel escorts worden gedwongen idiote concurrentiebedingen te tekenen.

Klanten weigeren is veelal niet mogelijk in de escort.

Loopbaanverandering

De kwaliteiten die prostituees in hun werk hebben opgedaan zoals mensenkennis, crisismanagement worden niet erkend.

Prostituees die in door exploitanten georganiseerde (schijn) constructies stappen: bv. BV, kunnen door sociale diensten gedwongen worden hun niet bestaand startkapitaal eerst ‘op te eten’

De onduidelijkheid op het gebied van arbeidsrelaties maakt het ook moeilijker om uit te stappen wanneer men niet direct in een ander beroep aan het werk kan. Een bijstand uitkering is een probleem: de sociale dienst kan immers geen loonstrookjes inzien.


raamprostitutie

De meest gesignaleerde problemen bij raamprostitutie zijn: hoge huren, plotselinge huurverhogingen en  huur moeten doorbetalen bij vakantie of ziekte.
In Amsterdam is de huur gemiddeld 100 euro per dagdeel. In Utrecht  moeten vrouwen soms 800 euro per week betalen. (23 uur per dag omdat de vrouwen er niet mogen slapen)

Allerlei malafide zaakwaarnemers (bv. Oosteuropese pooiers) intimideren prostituees (ook Nederlandse vrouwen)  in raamgebieden. In Alkmaar bijvoorbeeld moeten prostituees Bulgaarse tussenpersonen betalen om een raam te kunnen huren. 

Er is geen zicht op de prijs kwaliteit verhouding bij verhuur van werkruimten.

Prostitutiepanden vallen officieel niet onder de bedrijfspanden. Indien dit wel het geval was, dan nog krijgen prostituees pas rechten als ze de kamer voor meer dan vijf jaar huren.

In twee steden moeten prostituees ‘anoniem’ belasting betalen via de exploitant. Naar verluidt komt dat geld niet terecht bij de belastingdienst.

Vrouwen moeten vaak extra betalen voor volkomen normale zaken als schone handdoeken en schoonmaak. Er is zelfs een geval bekend van een exploitant die voor 3 euro een emmertje sop verhuurde aan een vrouw zodat ze de ramen kon lappen.

Vaak wordt er geen bon afgegeven. Wanneer dat wel zo is, staat er een lager bedrag op dan dat waarvoor het raam werkelijk is gehuurd. 

Door de gemeentepolitiek hebben exploitanten in raamgebieden een soort monopoliepositie. De mededingingsautoriteit wil geen onderzoek starten omdat het
1. een kwestie van gemeentepolitiek is.
2. raamprostituees ook in clubs en elders kunnen werken. (De specifieke kwaliteiten van raamprostituees worden niet erkend. Raamprostitutie is ook een van de weinige manieren om als zelfstandige te werken.)

Medische zaken/veiligheid

Het gebeurt te vaak dat prostituees door exploitanten gedwongen worden tot (orale) onveilige seks

Enkele zogeheten clubartsen overtreden de wet op de medische behandeling. Het komt nog steeds voor dat zij uitslagen van onderzoeken direct aan de exploitant doorgeven.
Er zijn ook klachten over de kwaliteit van de door hen geleverde diensten.
Sommige (grote) exploitanten eisen –ten onrechte- een medische verklaring van vrouwen die komen solliciteren.

Het is in de praktijk onmogelijk om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. (Maatschappijen weigeren prostituees of vragen exorbitant hoge premies, nog hoger dan voor andere zelfstandige ondernemers. (800 euro per maand)

In sommige bedrijven kunnen vrouwen niet kiezen of ze wel of niet alcohol met de klant drinken.

Bij slechte hygiënische omstandigheden durven vrouwen geen klacht te deponeren bij de arbeidsinspectie. Ze zijn bang dat ze dan hun werk verliezen, bijvoorbeeld doordat er loondienst wordt geconstateerd waardoor de exploitant dreigt het bedrijf te sluiten.

De veiligheid van thuiswerkers is niet gewaarborgd. Dit geldt ook voor escorts die geen gebruik maken van de (dure) chauffeur van het bedrijf. 

De overheid

Arbeidsongeschiktheid is niet gedefinieerd.

De lokale overheden werken een gebrek aan goede werkplekken in de hand door vooral traditionele en bestaande bedrijven een vergunning te verlenen. In de praktijk is het heel moeilijk om malafide exploitanten een vergunning te ontzeggen.

De eisen van diverse overheden worden door exploitant vertaald in de plicht kopie te houden van de privé-gegevens van prostituees die zelfstandig ondernemer zijn. In sommige gevallen wordt daar misbruik van gemaakt: exploitanten chanteren prostituees met hun privé-gegevens. (Als je morgen niet komt werken, bel ik wel even naar je huis)

Er is geen uniform beleid ten aanzien van prostituees die aanvullende bijstand nodig hebben. Sowieso levert de schijnzelfstandigheid problemen met de uitkering op wanneer vrouwen willen stoppen.

De CWI’s weigeren vaak vacatures voor prostitutiebedrijven in te schrijven. Wanneer ze dat wel doen, komt het voor dat iemand tegen haar zin werk in de prostitutie wordt aangeboden. De minister heeft echter uitdrukkelijk gezegd dat prostitutie nooit passende arbeid kan zijn. Dit betekent dat vacatures wel gemeld mogen worden, maar dat een medewerker van het arbeidsbureau nooit actief kan bemiddelen voor prostitutiewerk. 

Bij ontslag moeten vrouwen zich als werkzoekende laten inschrijven bij het CWI. Prostituees durven dat niet uit angst dat al hun gegevens op straat komen te liggen. 

In veel (kleine) gemeentes heeft men nog geen prostitutiebeleid gemaakt waardoor ze broeiplaatsen worden van illegaliteit.

De identificatieplicht voor prostituees die als zelfstandig ondernemer werken, leidt vaak tot illegale registratie van de betrokken vrouwen. 

Wanneer thuiswerkers een vergunning willen (of moeten) aanvragen, omdat ze bedrijfsmatig werken, moeten ze dure aanpassingen doen in hun woning. (WC’s en wasbakken erbij, enzovoort) Ze moeten namelijk aan dezelfde eisen als clubs voldoen. 

Derden

In sommige grote hotels profiteren barkeepers en/of portiers van illegale bemiddeling.

Een groot aantal taxichauffeurs en snorders spelen een dubieuze rol: vragen extra geld voor vervoer van mensen uit de branche en eisen provisie van clubs.

Buitenlandse vrouwen

Wanneer de politie illegalen in de prostitutie aantreft wordt vaak niet onderzocht of ze slachtoffers van vrouwenhandel zijn. Indien dat wel zo is, krijgen ze zelden B 9 (tijdelijke verblijfsvergunning als getuige/slachtoffer van het misdrijf vrouwenhandel) aangeboden.

Er is nauwelijks gelegenheid om schadeclaims tegen handelaren in te dienen en achterstallig of niet betaald loon terug te vorderen.

De bereidheid aangifte te doen van vrouwenhandel is voor veel buitenlandse vrouwen laag.
 
Na aangifte van vrouwenhandel kunnen vrouwen niet (in de prostitutie) werken. Ze zijn dan aangewezen op de bijstand en kunnen geen geld meer sparen.

Veel buitenlandse prostituees hebben te weinig informatie of foutieve informatie over hun positie in Nederland. (Daar wordt overigens aan gewerkt  in het Oost-Europa project)

Wanneer een prostituee niet direct in het Nederlands of Engels kan communiceren, loopt ze het gevaar in handen van malafide tolken te vallen. Sowieso is het voor haar moeilijk om zelfstandig haar zaken te regelen met betrekking tot het werk.

 

Uitbuiting

Bordeelscene: Van Hemissen

Uitbuiting is nog in ruime mate in de prostitutie aanwezig, maar dat komt niet uitsluitend door mensenhandelaren. Van uitbuiting is bijvoorbeeld sprake wanneer de prostituee meer moeten betalen dan op papier is overeengekomen, onder een (oneerlijk) percentagesysteem werkt, wanneer ze gedwongen wordt langere dagen te maken dan ze wil en wanneer een boodschappenjongen in een raamgebied tien euro vraagt om een broodje kroket te halen. Ook wanneer vrouwen zonder de juiste documenten en onder voorwaarden moeten werken die een ingeburgerde vrouw nooit zou accepteren, deugt er iets niet. Dat is ook het geval als de arbeidsrelaties en de arbeidsvoorwaarden de toets van het Nederlandse arbeidsrecht niet kunnen doorstaan.
Andere profiteurs pikken ook een graantje mee: zogenaamde juridische adviseurs, wonderdokters en malafide boekhouders. Taxichauffeurs vangen van exploitanten en soms ook van prostituees flinke sommen geld voor het aanbrengen van klanten. Soms 100 euro per klant, wat meer is dan de prostituee aan hem verdient. Daarnaast slaat een heel circuit van toeleveringsbedrijven munt uit prostitutie. Ook blijft door middel van fooien aan hotel- en barpersoneel het nodige aan de strijkstok hangen. Aan hen wordt in de beleidsvorming nauwelijks aandacht besteed.
Aangezien het mensenhandelartikel wordt uitgebreid moet het begrip uitbuiting voor iedere werksituatie worden gedefinieerd. Deze luidt in internationale documenten als volgt: uitbuiting is misbruik van machtspositie om voordeel uit een ander te trekken.

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum