Informatiemateriaal van De Rode Draad voor Spaanstaligen in de vorm van een 'mobieltje'. Ontwerp Bert van Zutphen

Het normaliseren van de seksindustrie zou ten koste zijn gegaan van illegalen; zij werden niet meer gedoogd  en zouden daardoor in duistere circuits zijn terechtgekomen. Men suggereert een tegenstelling tussen de belangen van legale en illegale prostituees. Het verhaal dat ‘sinds de legalisering de positie van migranten in de prostitutie in Nederland is verslechterd’, komt van organisaties die zich uitsluitend bezighouden met migranten en niet met de hele beroepsgroep. Licht vergeet men dat de positie van migranten voor de legalisering, toen ze nog getolereerd werden al slecht was. Soms maakt men zelfs van migrant zijn het wezenskenmerk van een grote groep prostituees. Daardoor zijn er halverwege de jaren tachtig organisaties ontstaan die zich uitsluitend op migrantenprostituees richten. Zij stellen de mobiliteit als kenmerk van de beroepsgroep gelijk aan migratie. Ook dat is een gelijkschakeling van twee begrippen die voor andere beroepsgroepen nooit in het vizier komt. Handelsreizigers bijvoorbeeld zijn per definitie mobiel, maar hun mobiliteit wordt nooit gedefinieerd als migratie.
Die verzelfstandiging van de discussie over illegalen was overigens een verschijnsel dat zich alleen in de prostitutiewereld voordeed. In geen enkel ander beroep heeft men speciale organisaties en hulpverleningsinstellingen voor migranten in de beroepsgroep. Maar enkele radicale woordvoerders van deze organisaties pleitten zelfs voor een uitzonderingspositie voor migranten in de seksindustrie door alle grenzen voor hen open te stellen. Men verkeert in de naïeve veronderstelling dat de uitbuiting van migranten ophoudt zodra ze de mogelijkheid krijgen overal ter wereld als prostituee te werken. De ervaringen met migranten die wel legaal werken maar afhankelijk zijn van derden voor vertalingen, het regelen van papieren en huisvesting, logenstraffen dit optimisme. Het is niet verstandig om voor migranten een zodanige uitzonderingspositie te creëren dat ze alleen maar in de prostitutie aan het werk kunnen. Zij komen in grote problemen als ze uit willen stappen. Daarnaast gaat men voorbij aan het feit dat het om een beroep gaat met communiceerbare beroepscodes, eisen op het gebied van financieel management en vakkennis. Prostitutie is geen levenswijze maar een beroep, wat betekent dat men kwesties als onderbetaling en geringe verdiensten niet kan bagatelliseren.
Men ontkent zo ook dat het een economische bedrijfstak is met een eigen dynamiek en marktmechanisme. Het prijspeil in bijvoorbeeld Nederland duidt niet op een grote markt voor prostitutie of een groot tekort aan prostituees. Een politieke discussie over verruiming van de mogelijkheden tot arbeidsmigratie moet gaan over alle beroepen en niet alleen over prostitutie.
Hun armoede in het land van herkomst wordt beschreven als een persoonlijk probleem, maar nooit als een structureel feit. De keuze voor prostitutie als middel om die armoede op te heffen wordt geadstrueerd met vele persoonlijke geschiedenissen van migranten. Voor de persoonlijke achtergronden van migranten in andere beroepen heeft men aanzienlijk minder belangstelling.
Zoals men bij Nederlandse vrouwen een psychologisme hanteert, heeft men bij buitenlandse vrouwen de neiging een antropologisme in stelling te brengen, met andere woorden ze uitsluitend te zien als een individueel product van armoede en familieverhoudingen in het land van herkomst. Antropologisme en psychologisme hebben met elkaar gemeen dat het individu als slachtoffer centraal staat en structurele factoren worden verwaarloosd. Hierin speelt het idee van ‘de goede hoer’ een grote rol. Zij is de moeder die legaal werkt, zich aan de regels houdt, de vrouw die door omstandigheden, vooral doordat een partner haar met een paar kinderen heeft laten zitten, moet overleven. Dit verhaal kwamen we ook tegen tijdens veldwerk. Zuid-Amerikaanse begrepen niet waarom ze niet mochten werken. Ze deden immers niets anders dan voor hun gezin ‘daar’ zorgen en haalden geen criminele pooiers naar Nederland wat hun Oost-Europese collega’s volgens hen wel deden.
Soms doen klanten mee aan de waardering van ‘de goede prostituee’. Zo vraagt een klant op de website voor prostitueebezoekers om respect voor een vrouw die hard werkt en nu eindelijk een tijdje naar haar land teruggaat om haar kinderen weer te zien.
Ook sommige exploitanten doen een duit in het zakje. Een verhuurder uit Arnhem beweerde in een lokale krant voornamelijk aan Dominicaansen te willen verhuren omdat zij niet voor drugs of pooiers, maar voor hun familie en kinderen werkten.
In deze hele gang van zaken valt een gender bias, dat wil zeggen een redenering vanuit traditionele vrouwbeelden te ontdekken. Mannelijke prostituees worden – hoewel ze zelden homoseksueel zijn – nooit beschreven als huisvaders die voor hun kinderen en oude moeder moeten zorgen. 
Tegenover de ‘goede moeder’ staat de ‘slechte prostituee’, de avonturierster, de prostituee die in openbare plaatsen werkt zoals in bars. Zij is wat vroeger de clandestiene prostituee werd genoemd. Zij wordt onveranderlijk als een gevaar voor de volksgezondheid en de openbare orde beschreven. Vooral als deze vrouwen als groep worden beschouwd, heeft men de neiging het individu als slachtoffer te vergeten en ze als criminelen het land uit te zetten. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de schoonveegacties op de tippelzone. Wanneer ze als individuen en slachtoffers met een eigen geschiedenis (van vrouwenhandel) worden opgevat, wil men ze onder toezicht stellen. Daaruit valt de handelwijze van de politie en hulpverleners te verklaren om deze vrouwen te tolereren op werkplekken die besloten en gemakkelijk te lokaliseren zijn. ‘Dan zijn ze nog bereikbaar voor de hulpverlening en de gezondheidszorg.’ In het verleden hanteerden sommige politiekorpsen dit argument in de hoop de vrouwen in de peiling te houden en ze op den duur tot een aangifte te bewegen.

Vraag van klanten naar migranten

Onderdeel van de cartoon in het glossy voor Spaanstalige sekswerkers van De Rode Draad. De vrouwen bespreken hoe ze hogere prijzen kunnen vragen.

Eind jaren tachtig beweerden organisaties voor migrantenprostituees dat buitenlandse prostituees beantwoordden aan de vraag van klanten. Als dat klopt zouden ze een jaar of tien geleden plotseling massaal een voorkeur hebben opgelopen voor Oost-Europese vrouwen. Ook wordt er wel eens geopperd dat klanten illegale vrouwen prefereren. Dat is echter onzin, klanten zullen prostituees meestal niet eerst om een paspoort vragen voordat ze een contact aangaan. Bezoekende buitenlandse organisaties willen vaak weten of zwarte vrouwen hier minder verdienen in de prostitutie dan witte vrouwen . Wij hebben echter geen aanwijzing dat huidskleur in Nederland een factor van betekenis is. Wel zouden mannen in de landen van herkomst een voorkeur hebben voor lichtere vrouwen die aan het westerse schoonheidsideaal voldoen. Zwarte vrouwen zouden overblijven en daarom hun heil op de westerse markt voor exotisme gaan zoeken. Dat speelt niet in Nederland, het gaat hier om de eerste plaats om zuinigheid. Ze staan als goedkoop bekend.
Ten tweede lijken klanten voor migranten te kiezen omdat ze onervaren zijn en minder professioneel werken. Nederlandse vrouwen zouden duur zijn en alles onder strikte voorwaarden doen. ‘Zo’n koopje heb ik nog nooit gehad’, schrijft een klant over een Peruaanse op hookers.nl.
Ten derde zouden migranten gewilliger zijn dan hun Nederlandse collega’s. In tegenstelling tot hen zouden Zuid-Amerikaanse vrouwen alleen geld vragen voor de tijd dat de klant binnen is en niet extra per handeling rekenen.
Op Internet melden klanten over Zuid-Amerikaanse sekswerkers dat ze hen onbeperkt ter wille zijn. Wij hebben zelf de indruk dat dit gaat om beginners. In het glossy voor latina’s staan tips van hun oudere, meer ervaren landgenoten. (zie ook onder glossy)
Wanneer een Zuid-Amerikaanse minder gezeglijk is, verwacht men dat ze wel snel overstag zal gaan.
Ook bevestigen klanten de stereotypen van de Zuid-Amerikaanse vrouw als temperamentvol, nymfomaan, sensueel en dom. Ze roemen hun ‘passie en vrijheid in het bedrijven van de daad’. Ze worden beschreven als ‘goedlachs, hoewel ze niet altijd weten waarom het gaat.’
Ze voldoen niet aan het heersende schoonheidsbeeld, ze zijn wat ouder en niet slank maar lekker gevuld, stevig gebouwd , het typisch Zuid-Amerikaanse model.’ Een klant merkt teleurgesteld op dat sommige oudere latina’s steunkousen dragen.
Vrouwen die niet vrolijk en seksbelust lijken en dat duidelijk aangeven  alleen voor het geld te werken, worden aanzienlijk minder gewaardeerd. Klanten komen om een plezierige tijd te beleven en betalen voor de illusie dat de vrouw werkelijk seksueel in hen is geïnteresseerd.
Ook Afrikaanse vrouwen zijn niet populair omdat ze met weinig plezier werken. Klanten zijn over het algemeen nogal negatief over hen: ‘Mijn ervaring met Afrikaanse dames is, dat ze minder doen dan bijvoorbeeld Zuid Amerikaansen. Aan de andere kant laken klanten soms het gebrek aan vakkennis van migranten die bijvoorbeeld parfum gebruiken. Klanten vinden dat niet prettig omdat de geur blijft hangen wat de kans op ontdekking thuis verhoogt.

Zwarte Lola of de eerste Surinaamse prostituee op de Wallen.

Zwarte Lola (links) tijdens een uitje georganiseerd door de horeca van de Zeedijk. Herkomst: digitaal archief Instituut voor Sociale Geschiedenis.

De theatermaker Frank Wijdenbosch van Stichting Seven Arts heeft Zwarte Lola of wel Blakka Lola, de eerste Surinaamse prostituee op de Wallen een behoorlijk graf bezorgd. Zo wil hij  haar eren als een zwarte verzetsheldin. Door haar werk op de Wallen wist ze geld te verdienen om anderen tijdens de hongerwinter te eten te geven. Zij heette in werkelijkheid Nicoline 't  Sant en was getrouwd met de broer van de vader van Anton Geesink. Zij was in de jaren twintig van de vorige eeuw met een gezin van zendelingen als kindermeisje naar Nederland gekomen.
Als dank voor al haar zorgen moest ze in een hok buitenshuis slapen. In plaats van haar tegen de opgroeiende zonen te beschermen, zette men haar op straat om te voorkomen dat de jongens belangstelling voor haar kregen. Nog voor de oorlog zat ze in een raam aan de Stoofsteeg. Ondanks haar hazenlip en haar mollige lijf kon ze zich in een grote belangstelling van de klanten verheugen. Op latere leeftijd, toen ze al aan het dementeren was, belandde ze in de Flessenman, een verzorgingstehuis aan de Nieuwmarktin Amsterdam. Ze was toen al ziek. Dat verhinderde bepaalde lieden niet misbruik van haar door haar geld af te troggelen. In de jaren tachtig keerde zij terug naar Suriname en verbleef tot ze aan diabetes stierf. Ze heeft het nooit meer over haar verleden in Nederland gehad. Dat vindt het personeel van het rusthuis jammer; ze hadden haar daardoor beter kunnen begrijpen en helpen. Aldaar heeft men ook een van haar benen moeten amputeren. Haar papegaai, die  naar verluidt haar stem perfect kon imiteren had haar overleefd. Maar ook papegaaien hebben niet het eeuwige leven. Helaas is door de recente dood van het beestje haar stem definitief verstomd. Meer informatie http://www.frankwijdenbosch.nl/

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum