
- 1979
2002
Wat deelnemers aan de prijsvraag moeten weten
Een heel korte voorgeschiedenis
‘Moet het nu hiero of daaro, in het Poortgebouw of op boten aan de Parkhaven ‘, dat was de vraag in de jaren zeventig toen de gemeente Rotterdam een Eroscentrum wou vestigen om de overlast van prostitutie op Katendrecht het hoofd te bieden. Grote commotie was het gevolg. Buurtbewoners demonstreerden met de enigszins bevreemdende leus “geen seks in de wijk”.
Toen al gingen architecten en wetenschappers aan de slag om een Eroscentrum a la Hamburg te ontwerpen. De gemeente wilde het niet zelf exploiteren en nodigde enkele beoogde exploitanten op het stadhuis uit. Een ongelukkige keuze want deze lieden die bij de burgemeester aanschoven werden door de politie verdacht van diverse misdrijven.
Al met al ging het feest niet door. De gemeente Rotterdam kon op grond van het bordeelverbod op geen enkele wijze gelegenheid geven tot prostitutie. Maar nu - anno 2002- is dat gewraakte bordeelverbod opgeheven, dus kunnen er weer plannen worden gemaakt.
Wie denken we wel wie we zijn
Sinds 1985 bestaat De Rode Draad, een organisatie die de belangen behartigt van alle prostituees –dus ook van verslaafde en documentloze - die in Nederland werken. Een van de uitgangspunten was - en is nog steeds- dat vrijwillige prostitutie als werk moet worden erkend en dat prostituees dezelfde rechten als andere werkenden moeten hebben. De afschaffing van het bordeelverbod bood volgens De Rode Draad een unieke kans om eens iets aan de werkomstandigheden te doen. Na veel gedoe is dat op de politieke agenda gekomen en ja, nu de legalisering een feit is, heeft De Rode Draad in samenwerking met het FNV een heuse vakbond voor prostituees m/v opgericht, Vakwerk.
De Rode Draad en straatprostitutie
In principe is straatprostitutie voor sekswerkers m/v een ‘werksoort’ waar sekswerkers met specifieke kwaliteiten zelfstandig zonder tussenkomst van tussenpersonen kunnen werken. De Rode Draad heeft zich altijd verzet tegen een vermenging van prostitutiebeleid en verslaafdenproblematiek. Concreet komt het standpunt van De Rode Draad hierop neer:
- straatprostitutie is best, mits het vrijwillig gebeurt. Met andere woorden, vrouwen die ten gevolge van hun verslavingsproblematiek amper hun benen kunnen staan, beantwoorden niet aan ons idee van zelfbewuste straatprostituees. Wel erkennen we dat er vrouwen zijn die gebruiken, maar daar zodanig mee omgaan dat ze wel vrijwillig en zelfstandig kunnen werken. Iedere vorm van onvrijwillige prostitutie moet worden tegengegaan. Daarom steunen we initiatieven om vrouwen die onder dwang van verslaving tegen hun zin werken te helpen een alternatief te vinden. Ja, we hebben het alleen over vrouwen want men haalt het niet in het hoofd om tegen verslaafde mannen te zeggen: laat je maar tegen geld van achteren pakken , dat is beter dan de criminaliteit ingaan.
- Hoewel De Rode Draad zich niet bemoeit met overlast van drugsverslaving, geven we
buurtbewoners gelijk dat de overlast daarvan ondraaglijk is.
Wat vinden wij van het initiatief van Carrie om een wedstrijd uit te schrijven voor een goed plan voor de prostitutie in Rotterdam?
1. Hoe meer Rotterdammers erbij betrokken raken, hoe beter.
2. In het initiatief klinkt het idee door dat prostitutie onderdeel is van de entertainment industrie. Daar zijn we het hartgrondig mee eens. Dat het op dit gebied in Rotterdam treurig is gesteld, staat buiten kijf. Kansen genoeg!!
3. Amsterdam biedt traditionele prostitutie: zoals ramen en romantiek in een ge-anton -pieckiseerde sfeer .In Rotterdam kunnen nieuwere vormen van erotisch vermaak ontstaan. Aan de slag.
Enkele tips:
Het is onwenselijk om duurdere vormen van prostitutie te vermengen. Dus geen straatprostitutie in dezelfde straat als raamprostitutie. Je moet voorkomen dat klanten de vrouwen tegen elkaar uitspelen: bij je collega voor de deur betaal ik minder, dus doe het ook maar goedkoop.
Voor alle duidelijkheid: duurder voor de klant. Straatprostitutie of raamprostitutie is geen ‘lagere’ vorm van prostitutie dan bijvoorbeeld werken voor een escortbureau. Wij hebben uitgerekend dat de vrouwen gemiddeld per uur (dan rekenen we ook de tijd mee dat ze op klanten wachten) in alle vormen hetzelfde verdienen. Wel betalen klanten meer in clubs dan op straat. In clubs moeten prostituees de helft afstaan aan de ‘baas’ en krijgen ze gemiddeld minder klanten.
Clubs en dergelijke zitten meestal verspreid in een wijk of stad. Dat is niet voor niets; het is niet gebruikelijk dat een clubbezoeker gaat shoppen. Bovendien vinden klanten die heel erg veel prijs stellen op hun anonimiteit het wel zo prettig om niet in een typische prostitutiestraat te worden gezien. Iedere vorm heeft zijn eigen dynamiek en klandizie. Het is overigens een misvatting dat er geen overlap is tussen die klantenkringen. .
Wat zouden wij willen:
Wij willen een aparte tippelzone waar niemand onder dwang werkt. De ‘slagboom’ om drooggeilers en dealers te weren vinden wij geen slecht idee. Voor vrouwenhandelaren wordt het dan ook moeilijker – zo niet onmogelijk – om vrouwen zonder papieren op straat neer te zetten. Van het geld dat dit oplevert kan de beveiliging worden betaald. Als er geen mensen meer onder dwang werken is hulpverlening ter plekke niet meer nodig. Uit gesprekken met niet-verslaafde vrouwen weten wij dat zij liever een gewone ober hebben die hun koffie brengt dan een hulpverlener. Enige horecabedrijven zou prettig zijn.
De zone moet ook goed met het openbaar bereikbaar zijn zodat de vrouwen minder afhankelijk zijn van vervoer van hun partners.
Voorts zouden we de ontwikkeling van een rosse buurt met eventueel raamprostitutie, nachtclubs, striptenten en animeerbars toejuichen. In Rotterdam is er – in tegenstelling tot andere steden – een cultuur van animeerbars. Op zich hebben wij niets tegen animeerbars, mits de werkomstandigheden er maar goed zijn, wat niet het geval is in de bestaande animeerbars. Dank zij de legalisering van de seksindustrie hebben de autoriteiten instrumenten in handen om bonafide exploitanten een vergunning te geven. Dit vergunningenstelsel is slechts een middel om criminaliteit te weren. Van groot belang is dat ook de uitvoeringsorganen sociale zekerheid en de belastingdienst een controlerende functie hebben. En last but not least: de dames en heren kunnen de vakbond inschakelen. Wanneer prostitutie wordt geïntegreerd in het uitgaansleven is de kans op een transparente en open situatie het grootst. Dat kunnen we van het Wallengebied van Amsterdam leren.
Voor Rotterdam ligt hier een unieke kans om het innovatieproces in de seksindustrie op gang te brengen. Wij hebben namelijk de indruk dat het aantal klanten dat een duistere club wil met de vloerbedekking tegen het plafond aan het afnemen is. Daarentegen zijn voorzieningen voor paren buitengewoon populair. Waarom geen erotisch restaurant, een theatertje met een goede floorshow, een stripclub waar mannen optreden en een nachtclub? Er is namelijk ook een kleine, doch groeiende markt voor erotisch vermaak voor vrouwen. In zo’n rosse buurt zou ook een beperkt eroscentrum kunnen komen en enkele uurhotelletjes. (Ook leuk voor stellen die geen commerciële seksrelatie hebben zoals de spreekwoordelijke directeur met zijn secretaresse.)
Concreet:
Wij zijn niet voor concentratie van de seksindustrie in een groot pand. Dat levert teveel een monopoliepositie op voor de exploitant. We weten bijvoorbeeld van het Eroscentrum in Hamburg dat vrouwen daar woekerprijzen moeten betalen voor simpele dingen als een peertje in de lamp te laten vervangen. Ook is het gevaar van corruptie groot als de gemeente slechts een onderhandelingspartner heeft. (Voor de ouderen onder ons: bedenk welke blunders de gemeente destijds beging in de onderhandelingen over het eroscentrum met door de politie gezochte gokbazen.)
Soms wordt het argument gehanteerd dat er maar één toegangspoort mag zijn die de politie in het geval van problemen snel af kan sluiten. Maar bedenk dat die ene toegangspoort het ook voor pooiers gemakkelijk maakt de vrouwen te localiseren en ze hun geld afhandig te maken.
De seksindustrie is gebonden aan strenge eisen op het gebied van brandveiligheid en hygiene. Dit is een ingewikkelde kwestie omdat het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten, de arbeidsinspectie de ggd’s en de gemeenten hierover niet eensluidend zijn. Bijvoorbeeld, moeten er nu 3 of 4 wc’s komen als er tien vrouwen werken? En de arbeidsinspectie vond toch wel dat er ook in jongensbordelen een wc voor dames apart moest worden ingericht. Dus het is zaak dat de creatieve geesten die een plan gaan maken zich hier even in verdiepen.
Er valt nog meer over te zeggen. Misschien is het een goed idee om ons bij de beoordeling van de plannen te betrekken.











