Clubs leken in hun bloeitijd, begin jaren zeventig, heel aantrekkelijke en veilige werkplekken te zijn met een zekere glamour. In de praktijk viel dat behoorlijk tegen. De hoge prijzen suggereerden hoge verdiensten, maar een groot deel van wat de klant betaalde ging naar de exploitant. Prostituees werden er ook geconfronteerd met rare huisregels zoals boete moeten betalen wanneer bijvoorbeeld een asbak niet was geleegd. Ook moesten vrouwen veel tijd in een klant investeren.
In de begintijd trokken clubs vooral mannen die zonder condoom wilden. Bij raamprostitutie was condoomgebruik altijd al onderdeel van de beroepscode. Een ander nadeel was de provisie op champagne drinken, wat een drankprobleem in de hand kon werken.
Tijdens veldwerk komen we uiteenlopende situaties in clubs tegen. Meestal heerst er een regelrechte gezagsrelatie, soms wordt krampachtig en luidkeels verkondigd dat de werkende vrouwen zelfstandige ondernemers zijn en soms zien we dat er echt pogingen worden gedaan om prostituees in vrijheid te laten werken. Overal horen we wel dezelfde klachten: er zijn te weinig meisjes en de klanten blijven weg. Het aantal clubs is na de legalisering drastisch omlaag gegaan. Exploitanten voeren daar als oorzaak van aan dat ‘de meisjes’ liever in een ondergronds circuit gaan werken dan zich kenbaar gaan maken bij de belastingdienst. Anderen zeggen dat ze niet meer aan personeel aan kunnen komen nu het voor buitenlandse vrouwen moeilijker is gemaakt om te werken en dat Nederlandse meisjes niet als prostituee willen werken. Dit laatste is een aanwijzing dat de werkomstandigheden en verdiensten niet aantrekkelijk genoeg zijn. Andere oorzaken kunnen zijn dat veel clubs te afgelegen liggen zodat prostituees ‘intern’ moeten, dus daar min of meer moeten gaan wonen. Wij horen dat veel vrouwen kiezen voor een meer zelfstandige manier van werken, zoals thuiswerk, waarbij ze geen extra kamerhuur hoeven te betalen of andere afdrachten moeten doen. En inderdaad zijn er aanwijzingen dat clubs ook de klanten minder aanspreken dan vroeger. Degenen die nog willen komen vertrekken uit teleurstelling omdat er te weinig keuze is. Een onderzoek naar de markt voor wat clubs aanbieden is misschien geen overbodige luxe.
Privé-huizen lijken op clubs, maar zijn kleinschaliger en er wordt in de regel geen of weinig alcohol gebruikt. Prostituees geven als voordeel daarvan aan dat ze tussen de klanten door iets voor zichzelf kunnen doen.
Percentagesysteem in clubs en privehuizen
- Strip Heinz, beschikbaar gesteld door Eddie de Jong en Rene Windig voor Literair, 2001
Bijna overal ter wereld moeten prostituees minimaal vijftig procent van hun inkomsten afgeven. Dit is het zogeheten percentagesysteem. Dat dit universeel voorkomt is niet toevallig, het is een uitstekende manier om prostituees onder controle te houden. Ook in Nederland is in verreweg de meeste privé-huizen en clubs deze percentageregeling van kracht. De helft maar vaak veel meer, gaat naar de exploitant. In één gerenommeerde club met een hoge omzet, krijgt de prostituee slechts dertig procent.
Wantoestanden op de werkvloer en het gebrekkige recht om klanten en diensten te weigeren, hebben te maken met het percentagesysteem. De exploitant heeft er daardoor belang bij dat een prostituee veel klanten neemt die dure dienstverlening willen. Dit kan op gespannen voet staan met de grondrechten van de prostituee. Percentageregelingen komen weliswaar ook in andere vormen van bedrijvigheid voor, maar het systeem is kwestieus in beroepen waarbij de integriteit van het lichaam op het spel staat. Dat geldt trouwens ook voor percentages op alcoholconsumptie.
Veel exploitanten beseffen onderhand dat wanneer ze het percentagesysteem hanteren, ze in de gevarenzone van de gezagsrelatie komen. Ook al is het in veel in clubs en privé-huizen officieel afgeschaft, we horen nog vaak dat prostituees de helft van hun inkomsten inclusief de fooien moeten afstaan. Dus, behalve de kamerhuur die wel keurig wordt geboekt, moeten ze ‘zwart’ nog de helft van wat de klant hun betaalt aan ‘de baas’ geven. Wanneer vrouwen daarover bellen, raden we ze aan deze zwarte betalingen toch als kosten op te voeren.












