Tekening van Petra Urban voor de informatiefolder van het UWV, 2000

Uit het leven gegrepen

 

De stand van zaken na de opheffing van het bordeelverbod volgens De Rode Draad, de organisatie die de belangen behartigt van prostituees die in Nederland werken.

Inhoudsopgave

Inleiding
Drie kernproblemen

1.    Arbeidsrelaties

1.a. Voorbeelden van gezagsrelaties
1.b. Zelfstandigheid van de raamprostituee
1.c. Arbeidsomstandigheden

2.    Verdiensten

2.a.  Verdiensten in clubs en privé-huizen
2.b.  Verdiensten in de escort
2.c.  Verdiensten in raamprostitutie en op straat
2.d.  Raamhuren
2. e.  De onmogelijkheid om reserves op te bouwen
2.f.   Belasting betalen over geringe verdiensten
2.g.  De invloed van gebrekkige arbeidsrelaties en lage verdiensten op loopbaanverandering

3.     Gebrek aan eenduidige handhaving

3.a.  Gemeentelijk niveau: gebrekkige overeenstemming in beleid sociale diensten
3.b.  Thuiswerkers
3.c.  Communicatie van beleid aan doelgroep
3.d.  Politie
3.e.  Tolereren van uitbuitingssituatie van niet- EU vrouwen
3.f.   Prostituees uit associatielanden
3.g.  Afhankelijkheid prostituees uit associatielanden
3.h.  Gebrek aan handhaving op internationaal niveau

Samenvatting


Inleiding
 
Sinds 1 oktober 2000 is de legalisering van prostitutiebedrijven een feit. Door de behandeling in de Tweede Kamer van de evaluatierapporten over de opheffing van het bordeelverbod voelt De Rode Draad, de organisatie die de belangen van prostituees behartigt, zich geroepen een eigen evaluatie te schrijven. Wij hebben deze notitie de titel ‘Uit het leven gegrepen’ gegeven om te onderstrepen dat onze analyse grotendeels is gebaseerd op de informatie die onze veldwerksters tijdens hun tochten langs ramen en clubs hebben vergaard.
Wij beperken ons tot alles wat met de werksituatie van prostituees te maken heeft en richten ons alleen op de vraag of er vorderingen zijn gemaakt op het gebied van positieverbetering voor prostituees. Wij beseffen echter dat een bedrijfstak die decennialang in de illegaliteit heeft geopereerd niet binnen enkele jaren probleemloos in het maatschappelijke bestel geïntegreerd kan worden. Wel constateren we bepaalde verbeteringen in de positie van prostituees die ons inspireren nog meer stappen te nemen:
- Prostituees konden tot voor kort geen zakelijke rekening openen bij banken. Dat kan nu wel.
- De Kamers van Koophandel hebben inmiddels een eenduidig beleid ten aanzien van prostituees waardoor zij niet meer gedwongen worden hun privacy in gevaar te brengen door een vermelding in het handelsregister.
- De toegang tot administratieve dienstverlening is verbeterd. Bij de brancheorganisatie van administratieve dienstverleners hebben wij een welwillend oor gevonden voor de behoefte aan betrouwbare administratiekantoren van de zelfstandige prostituee zonder personeel.
- Preventieve soa (seksueel overdraagbare aandoeningen) controle mag nu wel worden opgevoerd als fiscale aftrekpost.
- De belastingdienst en de uitvoeringsorganen sociale zekerheid (UWV) hebben zich bereid getoond de voorlichting aan prostituees actief ter hand te nemen.
    

Wanneer wij grote problemen constateren die positieverbetering voor prostituees in de weg staan, vinden wij over het algemeen wel gehoor bij de Ministeries van Justitie en VWS. Bij andere departementen vangen wij echter doorgaans bot. Wij menen dat onderhavige problematiek een interdepartementale en multidisciplinaire aanpak vergt. Tevens merken wij dat lagere overheden en (semi)-overheidsinstanties nog niet in staat zijn prostituees onbevooroordeeld tegemoet te treden. Dit betreft bijvoorbeeld medewerkers van sociale diensten en degenen die werkzoekende (ex) prostituees moeten inschrijven bij de Centra voor Werk en Inkomen.  


Drie kernproblemen

Vrijwel alle voorbeelden van wantoestanden die wij signaleren tijdens contacten met prostituees in het veld, aan de telefoon of op kantoor zijn onder te brengen in de drie volgende kernproblemen:

1. De onduidelijkheid van de arbeidsrelaties op de werkvloer van prostitutiebedrijven. Veel prostituees zijn van mening dat ze zelfstandig ondernemer zijn maar verkeren in feite in een loondienstsituatie. Zij genieten de voordelen van het zelfstandige ondernemerschap noch van loondienst. Zo kunnen zij bijvoorbeeld geen ziekengeld krijgen. Ook is deze situatie op de werkvloer de oorzaak van het achterwege blijven van de controle van de arbeidsomstandigheden door de arbeidsinspectie.

2. De slechte arbeidsvoorwaarden: lage verdiensten, geringe mogelijkheid tot promotie en/ of carrièreverandering.

3. Gebrek aan eenduidige en landelijk uniforme handhaving vanuit overheidsinstanties als politie, IND en gemeentelijke instellingen.

In veel gevallen zijn deze drie kwesties met elkaar vervlochten. Het is een kluwen van problemen die pas ontward kan worden als de andere kwesties opgelost zijn. De lage verdiensten bijvoorbeeld hangen samen met de gebrekkige bepaling van de arbeidsrelaties. Wij zullen deze complexiteit aantonen aan de hand van concrete gevallen die op ons bureau terecht zijn gekomen. Bij veel van deze kwesties komen ook verschillen in beleidsuitvoering aan de orde. Daarnaast noemen wij nog enkele andere uiteenlopende knelpunten zoals de identificatieplicht van zelfstandige prostituees en de onmogelijkheid fiscale aftrekposten op te voeren.


1. arbeidsrelaties
 
In het navolgende laten wij zien hoe de gebrekkige bepaling van de arbeidsrelaties zijn weerslag heeft op onder andere de verdiensten in de prostitutie, de situatie van Oost-Europese prostituees, de problemen met sociale diensten, arbeidsongeschiktheid en hoe het zelfs het uittreden bemoeilijkt. Dit betreft vooral het ‘papieren’ zelfstandige ondernemerschap of zoals prostituees het zelf ook wel noemen: het gedwongen zelfstandige ondernemerschap. Dit betekent dat de vrouwen op papier zelfstandig ondernemer zijn, maar veelal onder gezag van de exploitant staan en niet zelf de werktijden en prijzen kunnen bepalen. Overigens onderkennen de belastingdienst en de uitvoeringsorganen sociale zekerheid dit probleem ook.
Wij kunnen in dit verband meer of minder schrijnende voorbeelden op het gebied van eisen aan uiterlijk, werktijden en andere ‘werkopdrachten’ aandragen.

1.a Voorbeelden van gezagsrelaties

In de meeste clubs bepaalt de eigenaar/bedrijfsleider de werkstructuur, de prijzen en de ‘aankleding van het werk’. Enkele voorbeelden:
In één club worden vrouwen verplicht een keer per week naar de sportschool te gaan. Eenmaal hebben we gehoord dat een vrouw zelfs dringend werd aangeraden een borstoperatie uit te laten voeren. Kledingvoorschriften komen nog steeds voor. In een bepaalde club wordt zelfs gecontroleerd of de vrouwen extra deodorant in hun tasje hebben. Elders mogen vrouwen geen knoflook eten.
De vrije keuze van werktijden betekent meestal dat prostituees kunnen intekenen op een rooster dat door de exploitant wordt gemaakt. Ook kennen we gevallen dat vrouwen wel twee avonden achtereen vrij mogen nemen, maar daarna niet meer terug hoeven te komen. Een andere vrouw meldde weer dat ze niet mocht zeuren als ze doodmoe was en naar huis wilde. Ook bezocht de Rode Draad een seksbedrijf waar vrouwen gedurende een werkdag van 12 uur het pand niet mochten verlaten. Hoewel we de indruk hebben dat het boete heffen op te laat komen is afgenomen, komt het nog steeds voor. (In één privé-huis 25 euro voor vijf minuten te laat komen.) Ook staat in enkele huisreglementen dat de vrouwen aan het eind van hun werkdag de kamer moeten schoonmaken.
Het verplicht alcohol drinken is ook de wereld nog niet uit. Zo klaagde een vrouw die medicijnen slikte dat ze geen champagne mocht weigeren. Ook het argument dat ze nog moest rijden, hielp niet.
Iedere burger, dus ook de prostituee heeft vier vrijheden: zelf bepalen met wie, wanneer, hoe lang en onder welke voorwaarden seksueel contact plaats vindt. Deze zijn nog lang niet gerealiseerd in de prostitutie. In een bepaalde club in de Randstad zijn vrouwen verplicht een klant twee maal klaar te laten komen. Somt betaalt de klant alleen entree, waarin de dienstverlening is inbegrepen, waardoor hij het recht verwerft om iedere aanwezige vrouw te kiezen. Weigeren is er dan niet bij. 
Degenen die hiertegen protesteren krijgen vaak te horen dat ze maar ergens anders emplooi moeten gaan zoeken. Maar na een dergelijk ‘ontslag’ moeten zij constateren dat het elders niet beter is. Bovendien raken ze hun vaste klantenkring kwijt, een groot nadeel in deze moeilijke tijden. Ons bereiken berichten dat deze klokkenluiders worden geweerd uit andere clubs en privé-huizen. Met de vrouwen die dit zijn overkomen bespreken we welke acties wij voor of met hen kunnen ondernemen. Dat kan bijvoorbeeld een extra bezoek van ons aan het bedrijf behelzen waarin we in discussie gaan met de exploitant.
Recent hanteren exploitanten van grote clubs een nieuwe methode om loondienst te vermijden: ze maken de  prostituees tot mede-eigenaar. Dit gaat soms met zo weinig subtiele dwang gepaard dat prostituees een uur krijgen om te beslissen of ze voor een flink bedrag op het voorstel ingaan. Een kopie van het contract om even met een juridisch adviseur door te nemen wordt niet verstrekt. Overigens is dit alles voor niets; ook in die situatie is het mogelijk dat de uitvoeringsorganen sociale zekerheid beslissen dat het toch om loondienst gaat. In dat geval is de prostituee ook nog medeverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.
Ook in de escort kan men vragen stellen bij de vrije klantenkeuze. Op papier mogen escorts rechtsomkeer maken als ze na uren reizen bij een klant terechtkomen die hen niet bevalt, maar in de praktijk wordt hen dat niet in dank afgenomen. Ook het escortbedrijf vangt de helft of meer van de klant als betaling voor de bemiddeling. Wanneer een escort buiten het escortbedrijf om contact met een klant zoekt,  komt hem of haar dat meestal op een ontslag te staan. Sterker nog, bij veel escortbedrijven worden de werkers geacht een soort concurrentiebeding te tekenen: als ze hun werkzaamheden voor dat bepaalde bedrijf beëindigen, mogen ze een jaar niet bij een ander escortbedrijf werken.

1.b Zelfstandigheid van raamprostituees

Raamprostituees zijn over het algemeen geen voorstanders van loondienst. In principe moet zelfstandig ondernemerschap daar voorop staan.
Overigens is het maar de vraag in hoeverre raamprostituees als echte zelfstandige ondernemers aangemerkt kunnen worden. Een groot deel van de raamexploitanten is nauwelijks bereid hen als zodanig te behandelen. Ze geven immers geen of alleen tegen betaling bonnen af van de raamhuur. Ook raamverhuurders zijn als zelfstandig ondernemer tegenover andere zelfstandige ondernemers verplicht te factureren.
Zij zijn vooralsnog niet bereid de huurovereenkomst op papier te zetten. Af en toe bereiken ons berichten dat raamexploitanten zich met de werkwijze van de vrouwen bemoeien door aanwijzingen over kleding te geven of door een vrouw te berispen als klanten niet tevreden zijn. Onlangs kwamen er uit Utrecht berichten dat vrouwen van hun kamer worden gegooid als ze informatiemateriaal van De Rode Draad op hun kamers bewaren.
Deskundigen op het gebied van arbeidsrecht hebben geopperd dat raamexploitanten door de hoogte van de raamhuren voor hun inkomen zo afhankelijk van prostitutie zijn dat ze mogelijk in de gevarenzone van het werkgeverschap komen. Als raamexploitanten de ramen voor andere doeleinden dan prostitutie verhuren kunnen ze nooit zoveel omzet behalen. Bovendien zijn exploitanten door plaatselijke verordeningen vaak gedwongen om werkgeversgedrag te vertonen: ze moeten paspoorten controleren en ze dienen tevens in de bedrijven aanwezig te zijn. Ook geeft het te denken dat de ramen bij enkele exploitanten in Amsterdam voor 6 dagen achtereen en in een straat in Den Haag voor 7 dagen per week gehuurd moeten worden. Zo worden vrouwen gedwongen lang achtereen te werken. Onderverhuur is niet toegestaan. Niet zelden worden ze geacht bij ziekte of vakantie de raamhuren door te betalen.
Raamexploitanten kunnen de discussie over loondienst uit de weg gaan door bonnen te geven, de raamhuren te verlagen en deugdelijke huurcontracten op te stellen.
 

1.c Arbeidsomstandigheden

Heel vaak horen wij van raamprostituees dat bepaalde voorzieningen als schone handdoeken, lakens en de schoonmaak niet in de zeer forse huurprijs zijn inbegrepen.
Op sommige plaatsen kunnen vrouwen tegen betaling een emmer en zeem krijgen om de ramen te wassen. Hoewel veel exploitanten doordrongen zijn van de noodzaak van een schone en hygiënische omgeving, bezoeken we nog vaak in bedrijven waar we onze wenkbrauwen fronsen. De arbeidsinspectie is hier nog niet tegen in actie gekomen, mede doordat de onduidelijkheid over de arbeidsverhoudingen voortduurt. De arbeidsinspectie richt zich immers op bedrijven waar eenduidig loondienst wordt geconstateerd.
Op het gebied van gezondheidszorg voor prostituees is veel goed werk verricht. Er is een protocol voor een gedegen soa –onderzoek. Dit maakt het optreden van de zogeheten clubartsen, artsen die prostituees op hun werkplek onderzoeken – waar nooit voldoende laboratorium faciliteiten aanwezig kunnen zijn – in feite overbodig. Vaak verwacht de clubeigenaar toch dat de vrouwen zich door zo’n clubarts laten controleren. Dit staat op gespannen voet met de vrije artsenkeuze.
Sommige clubartsen geven de uitslagen van de onderzoeken door aan exploitanten, wat strijdig is met de medische ethiek. Ook kennen wij een geval van bedenkelijke belangenvermenging: de broer van een clubarts verkoopt de patiëntenkring dubieuze producten als bye bye cream (creme om gevolgen van een geklapt condoom te verhelpen). Tevens verkoopt hij sponsjes voor vrouwen die tijdens hun menstruatie door willen werken.
Wij horen nog te vaak dat vrouwen tijdens die periode moeten doorwerken. Het is immers nog niet duidelijk of menstruatie, zwangerschap of een soa redenen voor (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid zijn. Wij hebben deze kwestie tevergeefs bij het Ministerie van Sociale Zaken aangekaart.
Ook wordt er hier en daar geadverteerd met orale contacten zonder condoom, hoewel adverteren met onveilige seks in veel gemeentelijke vergunningenstelsels verboden is. Overigens komen onveilige orale contacten nog veel voor. Individuele prostituees worden daartoe wel gedwongen door de grote concurrentie en het lage prijspeil.


2. Verdiensten

Nog steeds denkt men dat prostituees slapend rijk worden. Dit komt grotendeels omdat men zich blind staart op de bedragen die klanten in dure clubs en escortbedrijven betalen.
Daarnaast vergeet men die om te rekenen naar gewerkte uren en de onzekerheid van een geregeld inkomen erin te verdisconteren. Ook hebben prostituees zelf de neiging de verdiensten per klant en niet per gewerkte uren te berekenen. Doen ze dat wel, dan komen ze vaak tot de pijnlijke ontdekking dat de reden om dit gestigmatiseerde werk op te pakken: de goede verdiensten, een illusie is. Dit probleem staat niet los van de gebrekkige arbeidsrelaties: prostituees kunnen als ‘zelfstandige ondernemers’ geen recht doen gelden op ziektegeld, vakantietoeslagen en andere voorzieningen. Maar zij kunnen evenmin als échte zelfstandig ondernemers hun eigen prijzen bepalen.  Daarnaast impliceren de gezagsrelaties in de bedrijven allerlei afdrachten aan de exploitant. Tot slot zijn de onduidelijke arbeidsrelaties in fiscaal opzicht onvoordelig voor prostituees.

2. a Verdiensten in clubs, privé-huizen

In verreweg de meeste privé-huizen en clubs is de zogeheten percentageregeling van kracht. De helft maar meestal veel meer, gaat naar de exploitant. In één gerenommeerde club met een hoge omzet, krijgt de prostituee slechts dertig procent.
Wij hebben aan de hand van internetsites waar klanten met elkaar communiceren  berekend dat de gemiddelde besloten gelegenheid 70-100 euro per uur van de klant vraagt. Bij navraag blijkt dat prostituees in dat soort bedrijven gemiddeld 3 klanten per avond hebben. Gemiddelde bruto opbrengst per avond: 90 -150 euro. Daar gaan 19% BTW en kosten voor taxi’s, kleding, make-up en dergelijke van af. De dure clubs klagen over gebrek aan klandizie en niet zelden moeten prostituees naar huis zonder zelfs maar één klant te hebben gehad.
In vrijwel alle clubs en privé-huizen liggen de prijzen vast. Dit verhindert dat prostituees zelf het initiatief kunnen nemen om hun lage verdiensten op te schroeven.
Een groot aantal bedrijven zijn inmiddels op papier ‘kamerverhuurbedrijf’ ofwel een facilitair bedrijf geworden. Officieel is in deze bedrijven het percentagesysteem afgeschaft. Niettemin worden in veel van deze bedrijven de prostituees gedwongen om ‘zwart’ per klant extra te betalen aan de exploitant.

2b Verdiensten in de escort

Escort heeft het imago van een dure en glamourachtige vorm van prostitutie te zijn. Het zou de top van de branche zijn in tegenstelling tot straatprostitutie die zich laag in de hiërarchie zou bevinden. Qua verdiensten gaat dit echter niet op. Een (niet-verslaafde) straatprostituee houdt omgerekend per gewerkt uur evenveel over als een escort. Immers ook in de escort worden ongunstige percentageregelingen gehanteerd. Aangezien een escort veel moet reizen is meer dan één klant per gewerkte avond meestal niet haalbaar. Zij wordt tevens geacht de chauffeur te betalen. Een bruto omzet van 70 euro per werkdag van 8 uur is niet ongebruikelijk, maar wij horen ook dat escorts met 40 euro bruto omzet per avond genoegen moeten nemen.

2.c Verdiensten in raamprostitutie en op straat

In sommige raamgebieden (Geleenstraat in Den Haag) en op de Wallen in Amsterdam liggen de prijzen voor seksuele dienstverlening op 50 euro. Maar in andere straten en steden betalen klanten slechts 15 euro. Op de klantensites op internet valt te lezen dat klanten liever van Groningen naar Leeuwarden rijden dan 10 euro extra uitgeven.
Ook op de tippelzones verschillen de prijzen. Soms lukt het prostituees bij niet teveel concurrentie een behoorlijke prijs te bedingen. Maar een prijspeil van 5 tot 8 euro komt helaas maar al te vaak voor.

2.d  De raamhuren

Op een dag met veel klandizie, heeft een raamprostituee zes klanten. Maar er gaan ook dagen voorbij zonder dat een vrouw een klant heeft. Veel vrouwen hebben daarom huurschuld bij de exploitant.
De hoogte van de raamhuren verschillen per stad en per straat. In een straat in Den Haag waar de gemiddelde prijs voor seksuele dienstverlening op 15 euro ligt is de raamhuur onlangs verhoogd van 60 tot 100 euro per dagdeel. (6 uur) In Utrecht worden vrouwen geacht een raam voor de hele week te huren voor 800 euro.

2 e De onmogelijkheid om reserves op te bouwen in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Gezien de mentale en fysieke zwaarte van het werk, vallen de verdiensten  tegen. Dit komt onder andere door de hoogte van de raamhuren, de geringe vrijheid om de eigen prijzen te bepalen en de verstoring van de vrije marktwerking door mannen/vrouwen die in afhankelijkheidsrelaties werken. Een vrije marktwerking veronderstelt immers gelijkwaardige partners, hetgeen niet opgaat voor mensen die onder druk worden gezet zelfstandig ondernemer te worden en soms zelfs  in een uitbuitingssituatie verkeren.

Prostituees moeten van hun daginkomen een bedrag reserveren voor tijden van ziekte, vakantie en dergelijke. Degenen die tijdelijk of volledig arbeidsongeschikt raken krijgen geen ‘ziektegeld’, waardoor ze aangewezen zijn op arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Overigens worden ze door de verzekeringsmaatschappijen geweigerd of krijgen met een onmogelijk hoge premie te maken. (minimaal 800 euro per maand)
Gesteund door het FNV proberen we deze kwestie bij verzekeringsmaatschappijen aan te kaarten, wat nog niet gelukt is.

2.f  Belasting betalen over lage verdiensten

Veel kosten zijn niet fiscaal aftrekbaar omdat de fiscus vooralsnog prostituees niet heeft opgenomen in de beroepsgroepen die kosten voor persoonlijke verzorging mogen aftrekken.
Er ligt hier een brief over van De Rode Draad bij de staatssecretaris van Financiën.
Een ander gevolg van de onduidelijke arbeidsrelaties is dat de belastingdienst voor prostituees die niet in de raamprostitutie werken zelden Verklaringen Arbeidsrelaties afgeeft, waardoor ze hun inkomsten moeten opgeven als ‘andere inkomsten uit arbeid’, wat belastingtechnisch onvoordelig voor hen is. Daarnaast moeten zij daardoor ook de startersaftrek ontberen.

2. g. De invloed van gebrekkige arbeidsrelaties en lage verdiensten op loopbaanverandering

In alle beroepen maken carrièreverandering, het maken van promotie, bijscholing, omscholing en uittreedregelingen deel uit van de arbeidsvoorwaarden. Voor prostituees zijn die zaken niet geregeld, hoewel ze het beroep gemiddeld slechts vijftien jaar uitoefenen.
We maken onderscheid tussen loopbaanbegeleiding buiten en binnen de prostitutie.
Carrièreverandering binnen de prostitutie zou bijvoorbeeld de promotie tot exploitant kunnen betekenen. Maar die mogelijkheden zijn beperkt. Het maximum dat gemeenten aan vergunningen stellen, impliceert immers dat er weinig ruimte is voor nieuwe bedrijven.
Sommige prostituees willen minder werken en zoeken naar een nieuwe specialisatie waaruit ze toch nog een redelijk inkomen kunnen betrekken. Dit gaat bijvoorbeeld om specialisatie in de sadomasochistische branche of in massagetechnieken. 
 
Uit onze contacten met prostituees blijkt dat zij zelden van de ene op de dag stoppen met hun werk. Dat is niet zo vreemd, ook in andere beroepen ziet men dat de overgang naar een pensioen of een andere carrière geleidelijk gaat. Men gaat bijvoorbeeld part time werken  en oriënteert zich intussen op de nieuwe situatie. Een radicale breuk met het prostitutiemilieu als vast onderdeel van ‘stoppersprogramma’s’ is derhalve niet realistisch. Ook in andere beroepen vraagt men in de regel oud-werknemers niet alle banden met voormalige collega’s te verbreken.
Daartoe benadrukt De Rode Draad dat een soepele overgang naar een tweede beroepscarrière  meestal gepaard gaat met mogelijkheden tot part time werken.
Dit streven wordt echter gehinderd door: 
- de gezagsrelaties op de werkvloer waardoor prostituees niet altijd hun eigen werktijden kunnen bepalen.
- De onmogelijkheid om tijdelijk een overbruggende uitkering te krijgen tijdens het zoeken naar ander emplooi voor de dagen dat men niet meer in de prostitutie werkt. Prostituees kunnen immers niet aantonen dat ze ‘ontslagen’ zijn of niet meer in staat zijn voltijds te werken. Ook lopen veel prostituees tegen het vooroordeel op dat ze geacht worden financiële reserves te hebben, wat in de regel niet het geval is.
- Bij ‘ontslag’ uit een situatie die in feite loondienst is, kunnen prostituees een uitkering bij het uitvoeringsorgaan sociale zekerheid aanvragen. Het gak/UWV behandelt naar ons weten deze aanvragen welwillend maar de problemen ontstaan wanneer ex- prostituees zich bij de Centra voor Werk en Inkomen (CWI) gaan inschrijven. Prostituees zijn bang dat bij hun inschrijving hun beroepsverleden in de openbaarheid komt. Wij hebben ook de indruk dat de CWI’s nog niet toegerust zijn op deze nieuwe klantengroep.
- De eerlijkheid gebiedt ons te vermelden dat met één CWI en ROC (regionaal opleidingscentrum) zeer goede contacten zijn. Daar heeft men bewerkstelligd dat enkele ex-prostituees in het kader van een werkgelegenheidsproject tijdelijk bij De Rode Draad kunnen werken. Ook bekijkt De Rode Draad samen met dit CWI of er een aanbod kan komen voor ex-prostituees die in groepsverband ervaringen uit willen wisselen.
Een bijzondere groep van uittreders zijn de slachtoffers van vrouwenhandel die in de zogeheten B9 regeling terecht zijn gekomen. Deze regeling houdt in dat vrouwen – en mannen – die aangifte van mensenhandel hebben gedaan, als getuige voor de duur van de rechtszaak een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Zij mogen niet werken. De Rode Draad pleit al enige jaren voor een verandering in de B9 regeling zodat deze vrouwen tijdens hun verblijf in Nederland een beroep kunnen uitoefenen. Een tweede bijzondere groep vormen de prostituees met een zwaar psychisch en/of verslavingsprobleem. Het succesvol laten uittreden van deze prostituees vergt de betrokkenheid van specifieke deskundigen op het gebied van verslavingszorg en/of psychiatrie. 
Wij merken dat veel prostituees tegen hun zin moeten stoppen. Dit gaat bijvoorbeeld om de sekswerkers zonder werkvergunning: zij worden domweg uitgewezen of om prostituees die hun werk kwijtraken omdat de exploitant de deuren na controles van het gak/UWV definitief sluit. Deze prostituees raken tijdelijk werkloos.
De Rode Draad krijgt vaker vragen van prostituees die zelfstandiger willen werken dan van prostituees die willen stoppen. Het gaat om prostituees die de afdrachten in de escort, clubs en privé-huizen zat zijn maar het vak (nog) niet willen verlaten. Zij onderzoeken bijvoorbeeld de mogelijkheden van het thuiswerken of het opzetten van een bedrijfje met een collega. Een dergelijk streven stuit overigens op het vergunningenbeleid van de meeste gemeenten die geen of nauwelijks vergunningen beschikbaar houden voor nieuwe bedrijven. Ook is de mogelijkheid tot zelfstandig thuis werken beperkt.
Wij hopen dat er bij het ontwikkelen van uittreedprogramma’s het aanbod wordt afgestemd op de behoeften van prostituees.  (Zie bijlage over loopbaanontwikkeling)


3 Gebrek aan eenduidige handhaving:

Gebrek aan eenduidige handhaving en uitvoeringsproblemen spelen op verschillende niveaus.  We geven op dit gebied voorbeelden van politieoptreden, het tolereren van mensen zonder de juiste papieren en de regelingen voor thuiswerkers per gemeente. Tevens constateren we een nijpend probleem bij de uitvoeringspraktijken van sociale diensten.

3.a  Gemeentelijk niveau: Gebrekkige overeenstemming in beleid van sociale diensten ten opzichte van prostituees.

Veel sociale diensten weigeren prostituees die geheel of gedeeltelijk willen uittreden een bijstandsuitkering als overbrugging voor de tijd dat ze solliciteren naar ander werk dan prostitutie. In Rotterdam houdt de sociale dienst nog bij hoog en bij laag vol dat prostituees evenveel als exploitanten verdienen waardoor het verstrekken van een bijstandsuitkering een ‘juridische paradox’ is.
Amsterdam daarentegen merkt het inkomen dat part time prostituees bij de belastingdienst opgeven aan als ‘bijverdiensten van startende ondernemers’ en geeft ze een bijstandsuitkering voor de dagen dat zij solliciteren naar ander werk dan prostitutie.

3b Thuiswerkers

De gemeenten gaan ook heel verschillend met het fenomeen thuiswerk om: in veel gemeenten zijn deze prostituees verplicht een vergunning aan te vragen als ze adverteren. In andere steden is dit weer vrijgelaten. Dit ‘thuiswerk’ kan een (tijdelijke) oplossing zijn voor enkele vrouwen die in het club- en privé-huizen circuit na klachten over de arbeidsrelaties en verdiensten ontslagen zijn.
Overigens is dit thuiswerken, waar het is toegestaan, alleen mogelijk als een sekswerker alléén werkt, wat nogal onveilig kan zijn. Zodra een collega zich erbij voegt, wordt de werkplek aangemerkt als een ‘bordeel’en is de thuiswerkster vergunningplichtig. Dit betekent dat ze aan alle vergunningeisen moeten voldoen, die vaak een gehele verbouwing impliceren en nogal wat investeringen vergen. In verband met de hoge kosten is dat voor veel ex-prostituees niet haalbaar. Bovendien hebben de meeste gemeenten het aantal beschikbare vergunningen bevroren ten gunste van bestaande gevestigde bedrijven. Wij constateren dat een aantal vrouwen dat tot voor kort zelfstandig thuis werkte, moet stoppen of noodgedwongen in een club moet gaan werken. 

3c. Communicatie van beleid aan de doelgroep

Tevens constateren we verschillen in de wijze waarop gemeenten prostituees informeren
Alleen Rotterdam heeft een folder voor hen gemaakt. Voor zover gemeenten hun beleid aan de ‘branche communiceren’gebeurt dat via de exploitanten. Gezien de geringe bereidheid van een flink aantal exploitanten om hun bedrijf zodanig te organiseren dat het de toets van de arbeidswetgeving kan doorstaan, zijn zij over het algemeen niet de geëigende personen om prostituees op hun rechten te wijzen.
In enkele gevallen schakelen gemeenten de GGD’s of hulpverlenerorganisaties in om deze vorm van positieverbetering te realiseren. Dit werkt echter rolverwarring in de hand. De GGD moet namelijk een neutrale uitstraling hebben. Vanuit haar doelstelling moet zij altijd toegang tot de bedrijven krijgen om aan gezondheidsvoorlichting te kunnen doen. Ze heeft niet de taak exploitanten tegen zich in het harnas te jagen door informatie over ‘wit werken’ aan de prostituees te geven. Wij hebben namelijk de ervaring dat sommige exploitanten informatie over belasting en de betrokkenheid van de uitvoeringsorganen sociale zekerheid (UWV) al als ‘subversief’ beschouwen. Ook hulpverleners kunnen in het geval van opvang van slachtoffers van (seksueel) geweld en vrouwenhandel, het zich niet veroorloven hun cliënt in verlegenheid te brengen door met de exploitant in discussie te gaan.

3.d Politie
 
De politie heeft de bevoegdheid de identiteitsbewijzen van prostituees te controleren. 
Uit vier regio’s krijgen wij klachten van prostituees over de politie die geen genoegen neemt met het inzien van paspoorten van prostituees en hun namen en andere gegevens noteert. Dit laatste is wettelijk niet toegestaan. In al deze gevallen betrof  het overduidelijk meerderjarige Nederlandse prostituees.
Wij hebben de betrokken politiemensen hierop aangesproken en kregen uiteenlopende antwoorden als: ‘Wij moeten controleren of ze geen slachtoffer van vrouwenhandel zijn. Ook als ze daar geen enkel signaal van afgeven. Wij geloven pas dat ze geen slachtoffer van vrouwenhandel zijn als we ze zien winkelen bij Albert Heijn.’
Of: ‘Ik controleer s avonds en dan is het gemeentehuis niet open. Ik moet de namen wel noteren omdat ik s avonds niet kan bellen om te controleren of de gemeente de paspoorten wel heeft uitgegeven.’ Deze man ging eraan voorbij dat de meeste prostituees niet in de gemeente wonen waar ze werken, maar wat erger is: hij ging ervan uit dat valse papieren bij zich droegen, ons inziens een ongerechtvaardigd vermoeden van het strafbare feit van documentfraude. 
Indien gewenst dient De Rode Draad met prostituees een klacht in bij de politie. Overigens zien veel vrouwen daarvan af: ze moeten in dat geval uit de anonimiteit treden en het kwaad –  registratie in de één of andere vorm- is al geschied.

3.e Tolereren van uitbuitingssituaties van niet-EU vrouwen

Over het algemeen worden buitenlandse vrouwen in één adem genoemd. Het gaat echter om verschillende groepen:
- Prostituees uit de EU landen. Zij hebben dezelfde positie als Nederlandse vrouwen.
- Prostituees uit de associatielanden. Zij kunnen in principe als zelfstandig ondernemer werken, maar de lidstaat Nederland mag daar haar eigen voorwaarden voor stellen.
- Prostituees uit niet-EU landen: de Nederlandse overheid geeft geen werkvergunningen af voor loondienst in de seksindustrie. Als zelfstandig ondernemer maken zij evenmin een kans; men vindt hun ‘ondernemerschap’ geen Nederlands belang dienen. 
- Slachtoffers van mensenhandel. Overigens valt deze categorie niet noodzakelijkerwijs samen met  ‘illegaal’ en ‘buitenlands’. Van mensenhandel is sprake als een prostituee in een afhankelijkheidssituatie is gebracht.

 

Over het algemeen mogen mensen niet zonder werkvergunning in de prostitutie werken. Slechte handhaving van deze regel kan wantoestanden in de hand werken. 
In het noorden van het land troffen wij Wit-russiche, Oekrainse en Braziliaanse vrouwen aan die van mening waren dat ze na melding bij de politie op het vertoon van een aanvraag van een verblijfsvergunning legaal waren. Zij hadden contracten getekend dat ze als ‘zelfstandig onderneemster’ alleen in dat bepaalde bedrijf mochten werken. Wat bleek? Ze kwamen slechts een half uur per week buiten en verdienden bijna niets. In een van deze clubs was de entree 70 euro waarvoor de klant een keer bij een dame mocht en de hele avond gratis alcohol werd verstrekt. Het laat zich raden wat er voor de werkenden overbleef: minder dan de helft omdat de drankjes ‘eruit’ gehaald moesten worden. Over deze geringe verdiensten is bovendien 19% procent BTW verschuldigd.
De Rode Draad heeft deze kwestie aangekaart bij de politiek verantwoordelijke instanties die de klacht serieus hebben opgepakt.
Overal in het land werken nog steeds niet EU- vrouwen zonder werkvergunning. Dit werkt  afhankelijkheid ten opzichte van de exploitant in de hand. De vrouwen kunnen immers alleen in clubs en privé-huizen werken van exploitanten die problemen met de politie willen riskeren. Vooral Zuid-Amerikaanse vrouwen moeten in clubs werken waar de verdiensten en arbeidsomstandigheden zodanig zijn dat legale vrouwen ervan afzien om daar te gaan werken. Dit zijn bijvoorbeeld de zogeheten open seksclubs: vrouwen worden geacht met de klanten in de barruimte seksueel contact te hebben. De klant betaalt alleen entree waarin het seksueel contact, soms met alle meisjes, al verdisconteerd is. Wij vrezen dat er in dergelijke gelegenheden geen sprake is van vrije klantenkeuze. Inmiddels is het aantal clubs waar op deze manier werd gewerkt door politieoptreden teruggebracht.

3.f Prostituees uit associatielanden

In principe kunnen ingezetenen van de associatielanden zich als zelfstandig ondernemer in Nederland vestigen. Maar dat gaat niet zo gemakkelijk.
Verreweg de meeste Oost-Europese vrouwen voldoen niet aan het zogeheten mvv (Machtiging Voorlopig Verblijf) vereiste: ze moeten in hun eigen land een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen en dat daar afwachten. Dit betekent dat ze in feite illegaal in Nederland werken. Overigens weten de meeste vrouwen niet dat ze illegaal zijn. Onze medewerkster Oost Europa heeft de ondankbare taak hun dat duidelijk te maken.
Exploitanten, boekhoudkantoren en advocaten ondernemen pogingen om door middel van juridische constructies te bewijzen dat deze vrouwen échte zelfstandig ondernemers zijn. Exploitanten menen dat ze op een gedoogsituatie kunnen rekenen als Oost-Europese vrouwen dat aantonen. Daardoor laten ze vrouwen allerlei pogingen ondernemen om dit te realiseren. Hierin spelen de zogeheten verenigingen een grote rol.
Er bestaan vele ‘zelforganisaties’ ofwel verenigingen van vooral Oost-Europese vrouwen uit de associatielanden. De berichten over het aantal ‘actieve’ verenigingen wisselen, maar er zijn er op dit moment minstens tien. Wij weten dat het lidmaatschap van een van die verenigingen 60 euro per week kost. Vanuit die organisaties – die veelal door exploitanten mede worden gefinancierd- worden tolerantiesituaties gecreëerd. In enkele steden mogen vrouwen van de politie en exploitanten alleen achter de ramen werken als ze lid zijn van een dergelijke vereniging. Zij zijn dus niet vrij in de keuze van hun werkplek.
 Maar in welke bochten de vrouwen zich ook wringen, hoe goed hun administratie er ook uit ziet, ze zullen in de huidige situatie niet legaal worden omdat ze niet aan het vereiste voldoen een machtiging voor voorlopig verblijf in het eigen land te hebben aangevraagd. 

3 g. Afhankelijkheid prostituees uit associatielanden

Teneinde het bewijs te leveren van zelfstandig ondernemerschap moeten Oost-Europese vrouwen een bedrijfsplan en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel overleggen. Legale prostituees hoeven dit alles niet.
Wel moeten beide groepen zelfstandigen een behoorlijke boekhouding voeren.
Tot voor kort waren er geen betrouwbare boekhouders die administratieve diensten aan vrouwen verlenen die in feite illegaal zijn en met wie in verband met het taalprobleem via intermediairs gecommuniceerd moet worden. Wij kennen een voorbeeld van een boekhouder die winst boekte met de onduidelijkheden in de regelgeving:
Hij maakte tegen betaling van zo’n 800 euro een bedrijfsplan waarin de verdiensten rooskleurig werden voorgesteld. Om een dergelijke omzet te halen zouden volgens onze berekeningen vrouwen gemiddeld zestig klanten per dag moeten bedienen. Tevens ging het bedrijfsplan uit van de fiscale aftrekbaarheid van persoonlijke verzorging. Overigens is het sowieso niet mogelijk een bedrijfsplan op het gebied van prostitutie te maken omdat noodzakelijke gegevens over de markt voor prostitutie en de concurrentiepositie ontbreken.
De boekhouder leverde nog andere diensten: inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het openen van een bankrekening. Deze diensten werden duur betaald. Om zeker te zijn van betaling voerde hij zichzelf op als gemachtigde voor de bankrekening.
Wij verwijzen vrouwen zoveel mogelijk naar boekhouders die aangesloten zijn bij een brancheorganisatie en gangbare prijzen rekenen. Een lijst van deze kantoren is inmiddels op de website van De Rode Draad verschenen. Niettemin horen wij nog vaak dat prostituees al of niet subtiel door de exploitant worden gedwongen van zijn boekhouder gebruik te maken. Niet zelden betekent dat de vrouwen hun boekhouding aan die van de exploitant moeten aanpassen.

3 h Gebrek aan handhaving op internationaal niveau
 
De Rode Draad constateert dat veel vrouwen uit de associatielanden slachtoffer zijn van de een of andere vorm van vrouwenhandel. In Oost-Europese landen wordt bijvoorbeeld geadverteerd met werk als zelfstandig ondernemer in bijvoorbeeld de tuinbouw of horeca in Nederland.
Wanneer ze reageren wordt hen werk aangeboden in de prostitutie waar ze goud zouden kunnen verdienen. Ook hebben we vernomen dat e-mail adressen van werkplekken voor grof geld in Oost- Europa van de hand gaan.
Op de vraag hoe zij als Bulgaarse vrouwen uit een dorp op het idee zijn gekomen dat hun toekomst voortaan in bijvoorbeeld de Bokkinghang in Deventer ligt krijgen we het standaardantwoord: ‘Ik hoorde van een kennis dat ik hier kon werken. Toen heb ik het geregeld.’ Sommige vrouwen betalen 2000 euro voor een eenvoudig ticket naar Nederland. En dat in een land waar het maandinkomen gemiddeld 80 euro bedraagt.
Goede informatie over werken in de prostitutie in Nederland is in Oost-Europese landen niet beschikbaar. Onze medewerkster Oost Europa bericht dat misleidende websites welig tieren in de associatielanden. 
De Rode Draad zoekt naar een manier om aanstaande migranten duidelijk te maken dat het zelfstandige ondernemerschap in feite op dit moment in de prostitutie niet mogelijk is. Ook moeten ze op de hoogte gesteld worden van het prijspeil en de levensstandaard in Nederland. Ook na de aansluiting van de associatielanden bij de Europese Unie zal goede informatie zowel in het land van herkomst als in Nederland hard nodig blijven. En positieverbetering voor prostituees is niet alleen in Nederland een manier om vrouwenhandel te voorkomen, maar ook in Oost-Europa. Daar valt in de meeste landen alleen in de prostitutie te werken als men de afpersingspraktijken van de lokale onderwereld.
Wij weten dat STV (Stichting tegen Vrouwenhandel) de zogeheten La Strada projecten heeft in een aantal Oost-Europese landen. De Rode Draad onderhoudt goede contacten met deze organisatie. Zij hebben een belangrijke rol in het waarschuwen tegen de gevaren van vrouwenhandel en het opzetten van terugkeerprojecten. De Rode Draad vindt het ook nodig dat er goede informatie komt voor vrouwen/mannen die wel in de prostitutie in Nederland willen werken: over de (on)mogelijkheden van het zelfstandige ondernemerschap in de prostitutie, het zelfstandige ondernemerschap in het algemeen en het prijspeil in Nederland. De Rode Draad werkt nu aan een informatie aanbod voor Oost-Europese prostituees. Immers, na toetreding tot de EU zal een deel van de administratieve rompslomp voor deze prostituees verdwijnen, maar wij verwachten dat de ronselpraktijken, afpersingspraktijken en de problemen op de werkvloer van Nederlandse prostitutiebedrijven onverminderd zullen doorgaan. De Rode Draad hoopt dat de deskundigen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken de informatievoorziening aan Oost-Europa op de agenda zetten.
De Rode Draad laat de begeleiding van slachtoffers van mensenhandel die het strafrechtelijke traject ingaan, over aan de Stichting tegen Vrouwenhandel. Voor De Rode Draad is echter wel een taak weggelegd in preventie van mensenhandel door toepassing van arbeidsrecht. Ten tweede ondersteunt de Rode Draad (waar opportuun samen met De Stichting tegen Vrouwenhandel), pogingen van slachtoffers om door middel van civiele processen (een deel van hun) misgelopen inkomen te vorderen.

De drie kernproblemen in de prostitutie: onduidelijke arbeidsrelaties, slechte verdiensten en een slechte afstemming op uitvoeringsniveau van het prostitutiebeleid hangen samen en genereren veel afgeleide problemen.
Door de onduidelijkheid van de arbeidsrelaties op de werkvloer:
- komen prostituees in geval van ziekte in de problemen: er is geen geschikte arbeidsongeschiktheidsverzekering, de normen voor arbeidsongeschiktheid in de prostitutie zijn niet vastgesteld. Ook is het moeilijk voor hen een uitkering aan te vragen. Op de arbeidsinspectie kunnen ze ook geen beroep doen. Daarnaast worden ze vaak gedwongen een groot deel van hun omzet af te dragen aan de exploitant. Part time werken is moeilijk. Belastingtechnisch leveren de onduidelijke arbeidsrelaties problemen voor prostituees op en de keuze voor een ander beroep wordt er ook niet door vergemakkelijkt.
- Door de lage verdiensten kunnen prostituees geen reserves opbouwen en neemt de onderlinge concurrentie toe. Daardoor wordt het verrichten van onveilige (orale) dienstverlening in de hand gewerkt en moeten prostituees veel uren maken om nog een redelijk inkomen te verkrijgen.
- De afhankelijkheid van niet_EU vrouwen van exploitanten, onbetrouwbare tussenpersonen en boekhouders wordt versterkt door een onduidelijke uitvoering van het handhavingsbeleid van politie/vreemdelingendiensten. Een ander probleem is de verschillende interpretatie van de identificatieplicht bij de politiediensten waardoor er per gemeente verschillen ontstaan in de privacybewaking. Ook hebben prostituees niet in alle gemeenten hetzelfde recht op een uitkering.
Er is veel werk aan de winkel voor de ministeries, voor andere betrokkenen bij het handhavingsbeleid, voor organisaties die een bijdrage kunnen of moeten leveren aan de normalisering van de prostitutie en niet in de laatste plaats voor De Rode Draad. Voor de problemen die voortkomen uit gebrek aan eenduidigheid in uitvoering van beleid vervullen wij een signaalfunctie. Waar mogelijk, bijvoorbeeld in regio’s waar wij actief zijn met een steunpunt (Rotterdam) of actief willen worden, kaarten we dit soort zaken bij gemeentelijke en andere lokale gesprekspartners aan.
Wij blijven actief informatie over arbeidsrelaties en arbeidsvoorwaarden naar de werkplekken brengen. Om het in moderne, zo niet in modieuze termen te vatten, onze missie luidt: informatie geven is interventie plegen.
Ten tweede trachten we samen met het FNV en VAKWERK, de vakorganisatie van prostituees die bij De Rode Draad is gehuisvest, de eerste stappen op de weg van arbeidsrechtelijke implementatie van de wetgeving te zetten. Dit staat nog in de kinderschoenen en vooralsnog zijn exploitanten niet bereid aan bijvoorbeeld een CAO overleg deel te nemen. Zij vinden de loondienstconstructie immers op voorhand niet op hen van toepassing.
Ten derde hopen wij dat deze aanpak een effect heeft op het prijspeil. Pogingen in het verleden om de vrouwen te bewegen hogere prijzen te vragen zijn op niets uitgelopen omdat ze moesten opboksen tegen concurrentie van vrouwen die verplicht zijn een grote omzet te behalen.
En tot slot: het moge duidelijk zijn dat een illegaal circuit kan kleiner kan worden als het legaal werken aantrekkelijk wordt.

zoeken

Log in: