Benefietgala 2002 in de Melkweg voor Vakwerk.

In de geschiedenis van De Rode Draad is het plan om De Rode Draad om te vormen tot een vakbond, vaak naar voren gekomen. Dat gebeurde meestal met als achtergrond de wens het wit werken goed te regelen. Bovendien zat er vaak een vorm van onvrede met de huidige rechtsvorm – stichting – achter. In een stichting is het namelijk moeilijk om de achterban een stem te geven.
Een stichting heeft geen leden, slechts donateurs. Zij kunnen het beleid van een stichting niet beïnvloeden. De vakbondsgedachte veronderstelt echter de verenigingsvorm.
In een vereniging maken de leden het beleid uit.
Een ‘vakbond’ zou beide problemen in een klap oplossen; het bood de vrouwen een middel om de eigen positie te verbeteren en  beslissingsbevoegdheid.
Soms kwam die gedachte op in de vorm van een ‘coöperatieve vereniging. Van meet af aan heeft men echter het bezwaar ingezien dat lidmaatschap betekent dat leden hun identiteit bekend moeten maken. Daarom ging de vakbonds/coöperatie gedachte altijd gepaard met de uitvinding van een of ander pasjessysteem.  Een vakbond of coöperatieve vereniging zou pasjes maken met een nummer of andere code waarmee prostituees zich konden melden bij de belasting of een exploitant.
Het pasjessysteem – met codes die bij een onafhankelijke  notaris zijn neergelegd – bleek praktisch en financieel niet haalbaar. Vanaf 1993 heeft De Rode Draad contact gehad met het FNV. Prostituees werden toen al van harte uitgenodigd om lid te worden, mits ze werkten in een loondienstsituatie en hun anonimiteit prijs wilden geven. De FNV snapte zelf dat dit nauwelijks voor zou komen in de prostitutie en probeerde met de toenmalige medewerksters tussenoplossingen te zoeken. Later kwam het FNV met een breder aanbod dan alleen voor werknemers. Sinds 1997 is er bij het FNV een afdeling voor zelfstandigen zonder personeel, afgekort tot ZZP’ ers. Dit had te maken met ontwikkelingen waarbij mensen in de video- en audio branche en later ook in de bouwnijverheid niet meer in vaste dienst werkten, maar als ‘zelfstandigen’.  
Eind 1999 besloot De Rode Draad zich daadwerkelijk om te vormen tot een vakbond. De tijd zou eindelijk rijp zijn. Een medewerker beriep zich optimistisch op een onderzoek van de NCRV twee jaar eerder waaruit bleek dat mensen het – in ieder geval sociaal wenselijk antwoord gaven dat ze prostituees accepteerden.
In deze periode wordt ‘de omvorming van de vakbond’ hals over kop bij de doelgroep en bij de zusterorganisaties geïntroduceerd.
Een groepje stagiaires van de Hogeschool Amsterdam heeft in deze periode een soort marketingonderzoek onder raamprostituees verricht . Hun rapport verscheen in april 2000.
Daaruit bleek dat veel prostituees vakbondswerk verwarden  met hulpverlening waar ze geen behoefte aan hadden. Een ander groepje vond een vakbond niet nodig- zij deden het werk immers slechts tijdelijk, een argument waar De Rode Draad sinds haar oprichting tegenaan loopt. Bijna de helft van de ondervraagden beoordeelden vakbondsvorming positief. Deze vrouwen wilden vooral juridische hulp, maar waren maar beperkt bereid te betalen en wilden niet naar bijeenkomsten komen. Dat waren bekende argumenten maar men hoopte toch een groep voortrekkers aan te spreken. 
In die periode werd het  FNV erbij gehaald voor een aanbod voor Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP) en voor degenen die in loondienst gaan werken. Het bleek immers dat de meeste exploitanten de facilitaire gedachte slechts met de mond beleden. Vlak voor de legalisering kwam de FNV man Dick Hamaker in beeld, die de zaak voortvarend ter hand nam. De verenigingsgedachte werd uitgediept, hij ging mee op onderhandelingen en trachtte het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te interesseren voor de zaak van de prostituees, wat pas in 2004 zou gaan lukken. En –last but not least – Hamaker zorgde dat de vrouwen van De Rode Draad in conferentieoorden bijgeschoold werden tot vakbondsbestuurders. Dat laatste ging er heel feestelijk aan toe.
In 2001 werd de met behulp van het FNV de beroepsvereniging De Rode Draad/ Vakwerk opgericht. Deze vereniging stond  -en nog staat- open voor zowel zelfstandigen zonder personeel als voor prostituees in loondienst. Alleen prostituees en ex-prostituees kunnen lid worden. Vakwerk ofwel De Vakbond ontvangt geen subsidie en drijft op vrijwilligerswerk. Het  FNV zou expertise  kunnen leveren,  problemen met de legalisering kunnen aanpakken en een aanbod ontwerpen voor degenen die vrijwillig of noodgedwongen in een situatie van loondienst terechtkwamen. Hoe de samenwerking met het FNV eruit zou komen te zien, was toen niet duidelijk. Het was een uitgemaakte zaak dat het FNV slechts een deel van het takenpakket van De Rode Draad over zou kunnen nemen. De Rode Draad zou  immers altijd doelgroepen en doelstellingen blijven houden die niet bij de FNV ondergebracht zouden kunnen worden.
Daarna kwam het FNV in financiële moeilijkheden. Het FNV bleef De Rode Draad met raad en daad ondersteunen, en speelt nog steeds een  belangrijke rol bij het opstellen van de modelcontracten, maar kan de Rode Draad niet financieren. Daarnaast speelt de onduidelijkheid op de werkvloer van prostitutiebedrijven.  Vallen prostituees doordat ze op papier zelfstandig ondernemers zijn onder de ZZP of moeten ze zich als werknemers in loondienst tot FNV bondgenoten wenden?
De opbouw van de vereniging Vakwerk was een project van De Rode Draad. De medewerkers van de stichting De Rode Draad adviseerden de vereniging. De medewerkers van Vakwerk zijn vrijwilligers. Deze organisatiestructuur impliceert dat De Rode Draad de belangenbehartiging aan Vakwerk, ondersteund door het FNV-  moet overlaten. Ook het ‘politieke werk’ van De Rode Draad is overgedragen aan Vakwerk. Vakwerk zoekt nog een ruimte om zelfstandig deze taken op te pakken. De Rode Draad zal als Kenniscentrum de informatie van de overheid gaan verspreiden en toelichten.  


Toen prostitutie legaal werd gingen we ervan uit dat het een beroep als ieder ander zou worden met duidelijke regels, goede werkplekken en een sterke vakbond die indien nodig een vuist zou kunnen maken. Inmiddels zijn we zo’n 5 jaar verder en weten we wel beter.

De sekswerkers hebben nog steeds weinig op met organisaties die opkomen voor hun belang om uiteenlopende redenen. Er zijn vrouwen die denken dat het een tijdelijke baan is. Na een paar maanden krijgen ze wel ander werk of pakken ze hun studie weer op. Deze vrouwen komen er meestal na enige tijd achter dat het toch allemaal heel anders is gelopen en dat ze nu een baan hebben waar ze niet in wilden blijven hangen.
Er zijn vrouwen die in massagesalons werken en zich niet met prostituees identificeren en er zijn vrouwen die uit het buitenland komen, de Nederlandse taal niet machtig zijn en niet eens weten dat er een vakbond is. Daarnaast is er nog steeds de angst om bekend te staan als sekswerker  waardoor het niet populair is om je naam en adres op te geven.
Komen we echter een vrouw of een groep vrouwen tegen die onze hulp wil inroepen dan speelt er weer een ander probleem. De vrouwen zijn afhankelijk van hun exploitant of raamverhuurder. Zo kwamen we in het raamgebied in Den Haag waar de vrouwen wilden protesteren tegen een verhoging van de raamhuur. De verhuurder zat daar niet mee. Hij zei:’ als het niet bevalt dan ga je maar elders huren. Maar die andere verhuurders denken er net zo over als ik.’ Ook in de clubs en privéhuizen wordt alleen maar over het gat van de deur gepraat als de vrouwen verbeteringen willen. We hebben zelfs meegemaakt dat vrouwen die nog geld tegoed hadden bedreigd en gechanteerd werden. Deze vrouwen waren te bang om verdere stappen te ondernemen.
Het is heel moeilijk om een prettige en betere werkplek te vinden. Bovendien laat je – als je weggaat ook de klantenkring achter die je hebt opgebouwd. Je moet weer helemaal opnieuw beginnen. De meeste vrouwen kiezen in dit geval dan maar eieren voor hun geld.
Bovendien wat is een goede werkplek? Zelfs de bedrijven die  als goed bekend staan zijn bij nadere beschouwing ook niet helemaal in orde, bijvoorbeeld qua bedrijfsvoering. In Nederland zit het vol met clubs met zelfstandige ondernemers die van de kamerverhuurder te horen krijgen hoe vaak en hoe lang ze per week moeten werken, hoe vaak ze naar de dokter moeten voor een controle en hoeveel geld ze aan hun klanten mogen vragen voor hun diensten. Sommige kamerverhuurders vragen zelfs het geld van de vrouwen terug wanneer de klant niet geheel tevreden is of iets eerder weg gaat dan afgesproken. Met een beetje pech hangt er ook nog een lijst aan de muur waarop vermeld staat hoe duur oraal contact zonder condoom is. In zo’n bedrijf kun je maar beter niet werken als je daar geen zin in hebt. De klanten daar zijn immers verwend en al je collega’s doen het wel. Het is al een wonder als je een werkplek kan vinden waar een ruimte is die behoorlijke verlichting heeft.
Ook de raamgebieden zitten vol met zelfstandig werkende mensen die alleen maar een raam huren. Bij een bezoek in Leeuwarden hebben we gemerkt wat dat inhoudt. In het hele pand houden zich mannen op die duidelijk geen klant zijn. Bij een bezoek van ons werden we aangestoten, zowat omver gelopen en aangerand. De deuropeningen van de werkplekken worden meestal versperd door zo’n man. Behalve dat deze mannen het onmogelijk maken met de vrouwen te praten komt er meestal wel een exploitant die je bij de arm pakt en je eruit gooit want vrouwen zijn hier niet welkom.
Leeuwarden is hiervan een voorbeeld maar ook in Doetinchem, Haarlem. In vele bij verenigingen aangesloten luxe clubs zijn we niet welkom.
Na alle ellende wil ik toch ook nog iets positiefs vermelden. In de stad Rotterdam is een adviesgroep prostitutie opgericht. Hierin praten OOV, GGD, prostitutie maatschappelijk werk Sozawe, Rode Draad, en Bestuursdienst regelmatig met elkaar. Inmiddels is bereikt dat sekswerkers recht hebben op bijstand als dit nodig is. Ook wordt het vrouwen die zelfstandig vanuit hun huis willen werken niet nodeloos moeilijk gemaakt door een vergunning van ze te eisen. Vele organisaties doen hier veldwerk waardoor de vrouwen meer informatie krijgen dan andere delen van het land . We hebben het een keer meegemaakt dat een verkeersagent ons aanmoedigde om snel te gaan kijken in een bordeel met Russische en Litouwse vrouwen die daar vreselijk in de problemen zouden zitten.
Om een lang verhaal kort te maken, in Nederland heb ik nog niet één bordeel gezien waar alles tip top geregeld is en wat betreft de vrouwen, die zijn zo afhankelijk dat lid worden van een vakbond voorlopig nog toekomstmuziek blijft.


Organisatiegraad

De bereidheid tot aansluiting bij Vakwerk wordt belemmerd door de anonimiteitwens; bij die van de ondernemers doordat men gratis voorlichting verwacht en niet wil betalen. (Met dank aan het Woordenboek van de VER)
Niet alleen de anonimiteitwens is een hindernis voor prostituees om de vakbond in te schakelen.
Exploitanten proberen de vrouwen er vaak van te overtuigen dat loondienst en het moeten betalen van sociale lasten het einde van het bedrijf betekent. Ze moeten controlerende instanties voorspiegelen dat ze zelfstandige ondernemers zijn. Wanneer dit niet lukt, worden prostituees soms overgehaald mee te betalen aan – overigens meestal bij voorbaat-  verloren beroepsprocedures.
Vrouwen met klachten over hun werksituatie worden doorgestuurd naar Vakwerk die eerst het aanbod doet om de vrouwen anoniem met instanties in contact te brengen. Dit speelt bijvoorbeeld als een vrouw die op papier zelfstandige ondernemer is, op staande voet wordt ontslagen. Als zij kan aantonen dat ze in feite in een loondienstsituatie werkte, heeft ze recht op een uitkering. Zover komt het in de regel niet. De vrouwen trekken zich terug omdat ze bang zijn dat als ze hun klacht aanhangig maken, ze de werkgelegenheid van hun collega’s in gevaar brengen. Dit soort problemen speelt niet wanneer bijvoorbeeld een medewerker van een supermarkt zich tot een vakbond wendt.


Keihard (eisen)
VAKWERK heeft veel eisen gemeen met zusterorganisaties: duidelijke verhoudingen, geen uitbuiting van prostituees, betaalbare raamhuren en belastingaftrekbaarheid van persoonlijke verzorging. Zij strijdt ook voor meer veiligheid voor prostituees die op straat werken.

Andere eisen:
1. Loondienst mag alleen als er rechten bij komen.
2. Als prostituees zelfstandig ondernemer zijn, moeten ze in vrijheid kunnen werken
3. Het betalen van  19% BTW is voor veel prostituees bij  de huidige lage omzet een rib uit het lijf.  Daar komt nog bij dat de kosten voor persoonlijke verzorging, zoals kapper, kleding en lingerie fiscaal niet aftrekbaar zijn.
Dat kwam doordat  de commissie Oort in aftrekposten heeft gesneden, dus ook in die van persoonlijke verzorging voor zelfstandigen in alle beroepen.
Na Oort gold aanschaf van kleding onder strikte voorwaarden als aftrekpost: bijvoorbeeld als het was voorzien van een bedrijfslogo van 20 cm2. Slechts artiesten, tv presentatoren en sportlieden  kunnen  kosten voor hun garderobe zonder meer fiscaal aftrekken. Prostituees waren door Oort in dit rijtje domweg vergeten. Wel drie staatssecretarissen van Financiën zijn door  De Rode Draad bestookt met brieven over aftrekbaarheid van persoonlijke verzorging van prostituees: de kapper, de aanschaf van lingerie, de zonnebank en de avondjurken.
4. De prijzen voor seksuele dienstverlening moeten worden verhoogd.
5. De huren voor ramen moeten omlaag.
6. Er moet een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering komen.
7. Thuiswerk moet mogelijk zijn in alle gemeenten.
8. Meer veiligheid voor straatprostituees.
9. Geen inbreuk op de privacy van prostituees: dus niet onnodig kopieën van paspoorten hoeven afgeven.
10. Dezelfde rechten op uitkeringen als andere burgers.


De Rode Draad noch Vakwerk zijn gebonden aan een politieke partij. We proberen wel altijd de problemen van prostituees bij de politiek aan te kaarten. Dat kan ook lokaal niveau. Zo heeft Vakwerk al successen geboekt tijdens de discussie over sluitingstijden.

Een vereniging

Soms kwam die gedachte op in de vorm van een ‘coöperatieve vereniging. Van meet af aan heeft men echter het bezwaar ingezien dat lidmaatschap betekent dat leden hun identiteit bekend moeten maken. Daarom ging de vakbonds/coöperatie gedachte altijd gepaard met de uitvinding van een of ander pasjessysteem. Een vakbond of coöperatieve vereniging zou pasjes maken met een nummer of andere code waarmee prostituees zich konden melden bij de belasting of een exploitant.

Het pasjessysteem – met codes die bij een onafhankelijke notaris zijn neergelegd – bleek praktisch en financieel niet haalbaar. Vanaf 1993 heeft De Rode Draad contact gehad met het FNV. Prostituees werden toen al van harte uitgenodigd om lid te worden, mits ze werkten in een loondienstsituatie en hun anonimiteit prijs wilden geven. De FNV snapte zelf dat dit nauwelijks voor zou komen in de prostitutie en probeerde met de toenmalige medewerksters tussenoplossingen te zoeken. Later kwam het FNV met een breder aanbod dan alleen voor werknemers. Sinds 1997 is er bij het FNV een afdeling voor zelfstandigen zonder personeel, afgekort tot ZZP’ ers. Dit had te maken met ontwikkelingen waarbij mensen in de video- en audio branche en later ook in de bouwnijverheid niet meer in vaste dienst werkten, maar als ‘zelfstandigen’.

Eind 1999 besloot De Rode Draad zich daadwerkelijk om te vormen tot een vakbond. De tijd zou eindelijk rijp zijn. Een medewerker beriep zich optimistisch op een onderzoek van de NCRV twee jaar eerder waaruit bleek dat mensen het – in ieder geval sociaal wenselijk antwoord gaven dat ze prostituees accepteerden.

In deze periode wordt ‘de omvorming van de vakbond’ hals over kop bij de doelgroep en bij de zusterorganisaties geïntroduceerd.

Een groepje stagiaires van de Hogeschool Amsterdam heeft in deze periode een soort marketingonderzoek onder raamprostituees verricht . Hun rapport verscheen in april 2000.

Daaruit bleek dat veel prostituees vakbondswerk verwarden met hulpverlening waar ze geen behoefte aan hadden. Een ander groepje vond een vakbond niet nodig- zij deden het werk immers slechts tijdelijk, een argument waar De Rode Draad sinds haar oprichting tegenaan loopt. Bijna de helft van de ondervraagden beoordeelden vakbondsvorming positief. Deze vrouwen wilden vooral juridische hulp, maar waren maar beperkt bereid te betalen en wilden niet naar bijeenkomsten komen. Dat waren bekende argumenten maar men hoopte toch een groep voortrekkers aan te spreken.

In die periode werd het FNV erbij gehaald voor een aanbod voor Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP) en voor degenen die in loondienst gaan werken. Het bleek immers dat de meeste exploitanten de facilitaire gedachte slechts met de mond beleden. Vlak voor de legalisering kwam de FNV man Dick Hamaker in beeld, die de zaak voortvarend ter hand nam. De verenigingsgedachte werd uitgediept, hij ging mee op onderhandelingen en trachtte het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te interesseren voor de zaak van de prostituees, wat pas in 2004 zou gaan lukken. En –last but not least – Hamaker zorgde dat de vrouwen van De Rode Draad in conferentieoorden bijgeschoold werden tot vakbondsbestuurders. Dat laatste ging er heel feestelijk aan toe.

In 2001 werd de met behulp van het FNV de beroepsvereniging De Rode Draad/ Vakwerk opgericht. Deze vereniging stond -en nog staat- open voor zowel zelfstandigen zonder personeel als voor prostituees in loondienst. Alleen prostituees en ex-prostituees kunnen lid worden. Vakwerk ofwel De Vakbond ontvangt geen subsidie en drijft op vrijwilligerswerk. Het FNV zou expertise kunnen leveren, problemen met de legalisering kunnen aanpakken en een aanbod ontwerpen voor degenen die vrijwillig of noodgedwongen in een situatie van loondienst terechtkwamen. Hoe de samenwerking met het FNV eruit zou komen te zien, was toen niet duidelijk. Het was een uitgemaakte zaak dat het FNV slechts een deel van het takenpakket van De Rode Draad over zou kunnen nemen. De Rode Draad zou immers altijd doelgroepen en doelstellingen blijven houden die niet bij de FNV ondergebracht zouden kunnen worden.

Daarna kwam het FNV in financiële moeilijkheden. Het FNV bleef De Rode Draad met raad en daad ondersteunen, en speelt nog steeds een belangrijke rol bij het opstellen van de modelcontracten, maar kan de Rode Draad niet financieren. Daarnaast speelt de onduidelijkheid op de werkvloer van prostitutiebedrijven. Vallen prostituees doordat ze op papier zelfstandig ondernemers zijn onder de ZZP of moeten ze zich als werknemers in loondienst tot FNV bondgenoten wenden?

De opbouw van de vereniging Vakwerk was een project van De Rode Draad. De medewerkers van de stichting De Rode Draad adviseerden de vereniging. De medewerkers van Vakwerk zijn vrijwilligers. Deze organisatiestructuur impliceert dat De Rode Draad de belangenbehartiging aan Vakwerk, ondersteund door het FNV- moet overlaten. Ook het ‘politieke werk’ van De Rode Draad is overgedragen aan Vakwerk. Vakwerk zoekt nog een ruimte om zelfstandig deze taken op te pakken. De Rode Draad zal als Kenniscentrum de informatie van de overheid gaan verspreiden en toelichten.

zoeken

Sponsors



Lotgenoten Forum