‘Wij hebben liever een inval van de vakbond in de bordelen dan de politie’, dit zei de Indiase zusterorganisatie op een van haar grote vergaderingen. Over de hele wereld zijn er groeperingen die strijden voor de rechten van prostituees.
Overal ter wereld hebben deze organisaties dezelfde eisen: geen discriminatie, decriminalisering van het beroep, betere bescherming tegen geweld en ziekten, goed onderwijs voor de kinderen en betere arbeidsvoorwaarden. De accenten die de beweging legt kunnen per regio verschillen. In India en Afrika bijvoorbeeld benadrukken de zusterorganisaties bescherming tegen aids, in de Verenigde Staten op decriminalisering en in Colombia bestrijding van geweld tegen prostituees. Zo hebben alle prostituees op de hele wereld in min of meerdere mate te maken met de aidsproblematiek, maar hoe ernstig dit is, verschilt per land. In Nederland staat dat niet in de top tien van problemen, maar in bijvoorbeeld India wel. De overeenkomsten zijn echter groter dan de verschillen.
Buitenstaanders verbazen zich er altijd over hoe snel op internationale congressen van zusterorganisaties overeenstemming wordt bereikt over eisenpakketten en de inhoud van manifesten.
De internationale vakbeweging raakt steeds meer geïnteresseerd in de zogeheten informele sector waarvan sekswerk ook deel van uitmaakt.
De mensenrechten van prostituees worden nog steeds ernstig geschonden. In Iran staat de doodstraf op sekswerk. Misbruik door de politie komt voor in Burkina Faso, Ivoorkust, Argentinie, Rusland en Cambodja. (met dank aan de website van chez.stella.)
Het verzet van prostituees tegen slechte omstandigheden en rechteloosheid is zo oud als hun beroep. In het oude Griekenland bijvoorbeeld bestond er belangenbehartiging voor publieke vrouwen. Dat blijkt uit een bedankbrief die zij aan de rechtsgeleerde Hypereiades schreven, die het voor hen had opgenomen.
In de Middeleeuwen kozen de ‘deernen’uit hun midden een koningin die hen verdedigde. In Frankrijk protesteerden deze koninginnen vooral tegen de kledingvoorschriften. Publieke vrouwen mochten geen bont, fluweel en damast dragen. Japonnen met een lange sleep en gouden ceintuurs waren voor hun ook uit den boze. Die voorschriften dienden om ze gescheiden te houden van ‘eerbare vrouwen’, die wel een vrije kledingkeuze hadden.
In het begin van de vorige eeuw roerden Amsterdamse prostituees zich toen het bordeelverbod werd afgekondigd. Ze hielden een protestoptocht, schreven een raadsadres en brachten pamfletten met bordeelgeheimen in omloop. Ze eisten een financiële tegemoetkoming voor toevallig geboren kinderen en een compensatie voor het inkomensverlies dat zij door de bordeelsluiting hadden geleden.
Sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw heeft de beweging tijdens de tweede emancipatiegolf een internationale impuls gekregen. In Uruguay ontstond de eerste vakbondsachtige zelforganisatie van sekswerkers, op de voet gevolgd door de Verenigde Staten. In Nederland waren er eind jaren zeventig kleinschalige initiatieven die in 1985 culmineerden in de oprichting van De Rode Draad.
‘We willen dat de vakbond invallen doet in de bordelen om de vrouwenhandel te bestrijden en niet de politie’, is een van de leuzen van de zusterorganisatie in India. Toekennen van arbeidsrechten wordt door veel zelforganisaties van prostituees als een probaat middel tegen uitbuiting gezien. In Azië, de Verenigde Staten en Australië zijn zelforganisaties van prostituees actief, die vaak in meer of mindere mate gesteund worden door de vakbonden.
Vooral Zuid-Amerika kent een grote vakbondsdichtheid voor prostituees en is bijna een soort bakermat voor de vakbondsvorming voor sekswerkers. In Ecuador bestaat bijvoorbeeld al sinds 1982 een vakorganisatie voor prostituees. In 1987 hebben ze rechtspersoonlijkheid gekregen als Asociacion Feminina de Trabajadoras Autonomas de 22 de Junio de El Oro en hebben zich aangesloten bij de vakbond. Ze strijden zoals vele zusterorganisaties om de erkenning van sekswerk. Ze hebben hun verhaal in boekvorm wereldkundig gemaakt en geven een tijdschrift uit. Ze onderhouden ook contacten met andere vrouwenorganisaties en zijn in 2000 aangesloten bij de Nationale Vrouwenraad. Het hoofdkwartier is in Machala gevestigd.
In 1982 heeft ene Dr. Palomeque op een bijeenkomst voorgesteld een vakbond te gaan vormen. ‘Iedereen maakt misbruik van ons, politie en gezondheidszorg’ zo luidde de algemene klacht. In datzelfde jaar demonstreerden 300 vrouwen bij de ‘General Assembly’ voor het recht op de mogelijkheid om leningen af te kunnen sluiten en voor meer economische hulp in het algemeen. Ook protesteerden ze tegen de politie die gratis dienstverlening van hen eiste. In 1987 speelden ze het klaar de extra belasting die prostituees moesten betalen af te schaffen. Ze dienden namelijk speciale tickets van de politie te kopen en die af en toe in te leveren. Ook streden ze tegen de overheid die de prijs voor seksuele dienstverlening had vastgesteld door op de deur van de bordelen het tarief te laten schilderen.
De dames pakten een verfpot en streepten dat bedrag dat lager was dan wat ze zelf vroegen gewoon door.
In 1989 werd het eerste geval van aids gemeld. Er ontstond paniek en de meeste vrouwen wilden stoppen. Bovendien werden ze gestigmatiseerd als oorzaak van de verspreiding van aids. Dit alles vormde de aanleiding om een eigen aids-programma te starten: La Sala.
In 1991 vond de eerste nationale vergadering plaats. Daar werden problemen als dwang tot alcohol drinken en de verplichte gezondheidskaart aan de orde gesteld. Een ander onderwerp was het geweld van leraren ten aanzien van kinderen van sekswer¬kers.
Dat jaar werd ook gekenmerkt door de strijd tegen uitbuiting door bordeelhouders. Prostituees verbrandden de matrassen in de peeskamers om de eigenaren te dwingen nieuwe matrassen zonder maden te verstrekken. Ze hebben in Puentecita tien dagen gestaakt voor hygiënische werkomstandigheden. De vrouwen die de staking wilden breken werden uit hun kamers gesleurd. Ze pleitten voor collectieve kamerhuurovereenkomsten zodat individuele prostituees niet meer steeds met de verhuurders hoefden te onderhandelen.
In 1997 verloren ze de strijd tegen exploitanten voor betere arbeidsomstandigheden. Maar in 1999 wisten ze een systeem voor pensioenen en leningen voor de leden op te zetten.
In Chili heet de vakbond voor sekswerkers die 600 leden zou hebben: Angelina Lina. Een van de woordvoersters: ‘De vrouwen zijn er zich hier van bewust dat ze in een belangrijke economische sector werken. De meeste sekswerkers zijn moeder en zijn tevens kostwinner.
We strijden voor gelijke rechten en beloning voor mannen en vrouwen. Ook zoeken we aansluiting met vrouwengroepen in de vakbonden. We willen erkenning van ons werk en dezelfde rechten als anderen die buitenshuis werken. We willen ook zeggenschap over onze eigen situatie. Vandaar dat we een vakbond zijn gaan vormen om onze politieke participatie te realiseren. Eén van de belangrijkste actiepunten is dat er een einde komt aan vervolging door de politie.’
Angela Lina organiseert workshops over aids-preventie en over het leren omgaan met de grofheden die tegen hen worden begaan. De organisatie beweert dat er 15.700 sekswerkers in Chili zijn.
De Asociación de las Mujeres Meretrices de Argentina (AMMAR) die dateert van maart 2003, is de zelforganisatie van Argentijnse sekswerkers. Ze is gelieerd aan een van de kleinere vakbonden. De organisatie houdt workshops over aids, zelfbewustzijn en genderidentiteit. De organisatie heeft ook een voedselprogramma en een overeenkomst met de autoriteiten om gestolen identiteitspapieren terug te krijgen. Die pakt men vaak af met als doel de vrouwen in hun bewegingsvrijheid te belemmeren.
Men heeft contacten met volksvertegenwoordigers in het parlement en zodoende een werkeloosheidsuitkering voor selfemployed werkers tot stand gebracht. Ze verzetten zich ook tegen de beperkingen voor straatprostituees die nu een halve kilometer buiten woonbuurten moeten werken.
In de Dominicaanse Republiek is in 1995 Modemu (Movimiento de Mujeres Unidas) opgericht, een zelforganisatie van prostituees. Modemu wil arbeidsrechten, zoals betaald verlof, geen boetes meer opgelegd krijgen en de macht van bordeeleigenaren breken. Ze eisen dat de overheid maatregelen tegen geweld naar sekswerkers toe neemt. Ook streven ze naar erkenning van hun werk en recht op onderwijs.
Zij strijden voor vast werk en punctuele betaling, een vrije dag per week, sociale zekerheid, zwangerschapsverlof en twee weken betaalde vakantie.
In 2005 is er een grote conferentie geweest van sekswerkers in Brussel. Zij hebben eensgezind aan een manifest gewerkt. De deelnemers vonden het heel inspirerend om ervaringen uit te wisselen. Het internationale manifest is weer bijgesteld.












